Maandelijks archief: september 2009

Solidariteit in tijden van varkensgriep

Solidariteit in tijden van varkensgriep

We staan voor drie grote crises:

– Economische crisis. Deze is meer dan een conjuncturele dip, maar legt belangrijke problemen van ons economisch systeem als geheel bloot. Blijkbaar zijn we er na
– Culturele crisis. Niet alleen als het gaat om integratie en samenleven in Nederland, ook in de rest van de wereld zien we een clash of cultures. Vroeger was het eenvoudig, je had het westblok en het oostblok, zij waren goed en zij waren slecht. Nu is de situatie meer hybride. Terroristen zijn de nieuwe vijand, maar de wereld is minder makkelijk in goed en kwaad op te delen. Veel terroristen zeggen in naam van de Islam te spreken, maar de Islam als zodanig is niet terroristisch. Een groot deel van de mondiale culturele crisis is ook economisch van karakter: armoede en een ongelijke verdeling van welvaart is een belangrijke voedingsbodem voor terrorisme.
– Klimaatcrisis. Niet alleen is deze acuut aanwezig in de vorm van luchtkwaliteit van de binnensteden door uitstoot van schadelijke stoffen, het is een sluipmoordenaar die langzaam, maar steeds moeilijker afwendbaar, haar invloed doet gelden op het voortbestaan van diersoorten als de ijsbeer maar ook in ons lage polderlandschap zijn invloed zal hebben in de vorm van een stijgende zeespiegel.

Oude solidariteit

De oude PvdA-agenda zoals die in de jaren zestig en zeventig onder invloed van Nieuw Links gestalte kreeg voldoet niet meer. Er werd een ruimhartig systeem van sociale zekerheid opgetuigd, maar er was geen ogen voor prikkels. Dat komt omdat het mensbeeld dat uitgevonden was op de faculteiten sociologie niet klopte: de mens is niet alleen maar altijd goed. Er was geen enkele sanctie, zelfs geen enkel debat over de mogelijkheid van sancties om aan de slag te gaan. Wel werd het minimumloon verhoogt, wat leidde tot een uitval van banen waar de markt niet bereid was voor te betalen. Dit probleem werd onderkend noch opgelost. Alle voorzieningen kenden een algemeen karakter, terwijl personen ongelijk zijn en dus maatwerk in de arrangementen geboden is. De economie werd door dit geheel te zwaar belast. Om aan dit probleem tegemoet te komen stelde Wim Duisenberg, de enige in het kabinet-Den Uyl die daar oog voor had, de 1%-regel voor: voortaan zouden de overheidsuitgaven met nog ‘maar’ 1% van het BBP mogen groeien. De enige manier om Den Uyl voor dit plan te winnen was zijn argument dat, ook volgens de 1%-regel, op termijn de economie voor 100% uit de collectieve sector zou bestaan. Het was de tijd dat grootschalige subsidies bepleit werden in het kader van een industriepolitiek. Dit leidde echter enkel tot het langer in stand houden van niet-competitieve bedrijven die uiteindelijk toch wel hun productie afbouwden. Den Uyl had als wethouder van Amsterdam reeds voorstellen ontwikkeld om het hele Waterland vol te bouwen met zware industrie en brede vierbaanswegen tot aan het Centraal Station aan te leggen (waar buurten als de Nieuwmarktbuurt voor moesten wijken) om de binnenstad ‘juist voor de auto’ goed bereikbaar te maken. Het punt van leefkwaliteit en de leefomgeving die mensen in een stad en het omliggende gebied ervaren was geen punt van aandacht.

Kort en goed komt het erop neer dat teveel het systeemdenken centraal stond, en niet de mens als zodanig. Voor de toekomst moet dat anders.

Nieuwe solidariteit: vrijheid in verbondenheid

1. Het emancipatieprincipe moet opnieuw centraal worden gesteld
– Mensen moeten in eerste instantie de mogelijkheid hebben zichzelf te zijn en ieder voor zich ontwikkelen op de manier die het beste bij het individu past. Dit is individuele vrijheid, maar voor iederéén. Ook voor Karl Marx was dat uiteindelijk het doel van de socialistische heilstaat, de rest was meer middel.
– Iedereen moet de kans krijgen vooruit te komen.
– We moeten maximaal inzetten op het ontwikkelen van talenten. Het is even erg als iemand spijbelt op het VMBO als op het VWO, in beide gevallen gaat talent verloren.
– Iedereen moet de kans krijgen op ontplooiing op allerlei manieren. Dat is meer dan alleen werk. Elk kind moet de kans krijgen een muziekinstrument te bespelen.
2. Regels stellen we alleen voor zover strikt noodzakelijk. Veel goedbedoelde regels leiden op geaggregeerd niveau tot een suboptimale situatie waarin teveel mensen zich belemmert zien in hun ontplooiing. Denk aan zoiets simpels als het opzetten van een broodjeszaak. Maar ook bij grotere projecten. Wind op zee om de klimaatcrisis aan te pakken? Genoeg bedrijven wilden investeren, maar uiteindelijk wordt het in Belgie gerealiseerd en niet in Nederland omdat de vergunningen niet verder verstrekt. Regels moeten alleen ontwikkeld worden als mensen er niet onderling zelf uitkomen. Te vaak trekt de overheid een probleem naar zich toe, dat ook opgelost kan worden als mensen eerst in de gelegenheid worden gesteld het zelf op te lossen.
3. Publiek geld zetten we zoveel mogelijk in voor:
– Werk: geld voor sociale zekerheid moet in eerste instantie ingezet worden voor participatie, mensen laten meedoen, in werk in de markt of voor maatschappelijk nuttige functies waar de markt niet voor wil betalen.
– Toekomstgerichte economie: verbindingen leggen tussen ondernemerschap, onderzoek en onderwijs. We moeten op maat gesneden investeren in die sectoren waar deze verbindingen onvoldoende door de markt tot stand komen en die voor onze toekomst van groot belang zijn. Denk aan zorg (vergrijzing), duurzaamheid (klimaatcrisis) en nieuwe doorbraakinnovaties. Bijvoorbeeld het glasvezelnet: in de gemeente Amsterdam investeren we samen met het bedrijfsleven in deze innovatieve toepassing die met positief maatschappelijk rendement dat in de markt niet vanzelf ontstaat. Geen subsidies meer, echte participatie.
– Collectieve voorzieningen op een heel hoog niveau brengen. Kinderopvang, zorg, onderwijs: mensen moeten op de overheid kunnen rekenen en vertrouwen hebben in haar voorzieningen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Schriftelijke vragen over kunst in De Pijp.

Samen met collega Graumans schreef diende ik bijgaande schriftelijke vragen in nav berichtgeving in Parool dat een gokkast niet als kunstwerk mocht van de politie:

Inleiding

In het Parool van 21 september wordt melding gemaakt van het verloop van een kunsttentoonstelling in de Pijp in het artikel ‘Gokkast mag geen kunst zijn in De Pijp’. Eén kunstwerk is op last van de politie van de tentoonstelling geschrapt. Het gaat om een fruitautomaat (gokkast) die bij een gedicht van de dichter Menno Wigmans geëxposeerd zou worden in het wijksteunpunt bij het smaragdplein die gebruikt wordt door de woningcorporatie Stadgenoot, het stadsdeel Oud-Zuid en de politie. Deze woningcorporatie en het stadsdeel waren het eens met de politie en de fruitautomaat en het gedicht zullen niet tentoongesteld worden. Een particulier heeft onderdak geboden. Volgens Parool wordt de kunstuiting door de politie ‘aanstootgevend’ genoemd. ‘Wij willen niet dat de burger dat ziet,’ aldus een politiewoordvoerder in het artikel. Door de woningcorporatie en het stadsdeel wordt er onder ander op gewezen dat de ruimte waar de gokkast tentoon gesteld zou worden gebruikt wordt door jongeren die komen voor schuldhulpverlening en daarom niet gepast is.

Vragen

Gezien het vorenstaande hebben de ondergetekenden de eer, namens de fractie van PvdA, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende vragen te stellen:

1. Heeft het college kennis genomen van het artikel ‘Gokkast mag geen kunst zijn in De Pijp’ van 21 september jl.?

2. Klopt het dat de politie heeft aangegeven dat het bedoelde kunstobject (gedicht met gokkast) niet geëxposeerd mag worden?

3. Indien ja, op grond van welke wettelijke bepaling heeft de politie aangedrongen op verwijdering van het kunstobject op die locatie of heeft zij dit enkel gedaan in haar hoedanigheid van gebruiker van het pand?

4. Vindt het College het wenselijk dat de politie bepaalt of een bepaald kunstwerk tentoongesteld mag worden. Zo ja, op welke gronden is zijn hiertoe bevoegd? Zo nee, is het College voornemens in dit specifieke geval actie te ondernemen?

5. Is het College bereid om alle partijen uit te nodigen voor een openbaar gesprek om de discussie over het beoordelen van kunst in een breder perspectief te plaatsen?

Bijlage, uit Parool van 21 september.

Gokkast mag geen kunst zijn in De Pijp

AMSTERDAM – Een gokkast, zelfs al staat hij er als kunstwerk, is ‘aanstootgevend’ (politie) en ‘niet passend, want een verkeerde uitstraling’ (woningbouwvereniging Stadgenoot). De fruitautomaat mag derhalve niet worden geëxposeerd bij een gedicht in de wijkpost van Stadgenoot op het Smaragdplein in de Amsterdamse Pijp. De politiewoordvoerder: ”Wij willen niet dat de burger dat ziet.” Die beslissing, woensdag op de valreep genomen, heeft commotie veroorzaakt in de Smaragdbuurt. Daar wordt morgen door burgemeester Job Cohen het kunstproject ‘Dichter in de Buurt’, met dichters, kunstenaars en dichtende schoolkinderen, feestelijk geopend. Op 25 locaties op en om het Smaragdplein worden in woonhuizen en winkelpanden voor de ramen beneden gedichten en bijbehorende kunst tentoongesteld. Maar nu dus niet bij de wijkpost van Stadgenoot. Deelnemende kunstenaars spreken over ‘verschrikkelijk gedoe’. Dichter Frank Starik, een van de deelnemers, is witheet: ”Er zou bij de wijkpost een gedicht van Menno Wigman komen te hangen, over hoe het leven geldvretend toeval is, waarin de vergelijking met een gokkast wordt gemaakt. Daarnaast zou zo’n fruitautomaat staan. Maar nu zijn ze, heel kinderachtig, bang geworden.” In de wijkpost huizen de conciërge van Stadgenoot, het veiligheidsteam van het stadsdeel Oud-Zuid en de wijkregisseur van de politie. Wijkbewoners kunnen er terecht voor hulp en klachten. Als zodanig is de wijkpost met het buurtcentrum het middelpunt in de wijk en mocht het, aldus Starik en de organisatie van het kunstproject, als deelnemer in het project niet ontbreken. Volgens Starik is de plaatsing van Wigmans gedicht en de bijbehorende gokkast door de politie afgeblazen. ”De wijkregisseur is bang dat de ruiten ingegooid zullen worden, omdat dat ooit eerder is gebeurd. Alsof de gebeurtenissen van toen iets met dit kunstproject te maken hebben.” ”Ze willen ‘neutraal’ blijven. Alsof er een conflict is. De hele buurt vindt het project prachtig, Cohen en imams luisteren de opening op.” Het project ‘Dichter in de Buurt’ is opgezet door de kunstenaars Mirko Krabbé en Anke AMO Akerboom. Met dit project willen zij, aldus Mirko Krabbé, de ‘negatieve connotatie’ van de buurt, ontstaan door rellen en criminaliteit, wegnemen. ”We willen laten zien dat dit geen achterbuurt is. In elke buurt wonen rotzakken, maar ook coöperatieve mensen.” Maandag hebben de gebruikers van de wijkpost (politie, woningbouwvereniging en stadsdeel) besloten: die gokkast komt er niet in. De politiewoordvoerder zegt: ”Dat gedicht was niet het probleem. Wel die opgepimpte gokkast. Die is, net als naakt, aanstootgevend.” ”Wij zijn daar met zijn allen bezig met hulpverlening, waaronder vaak schuldsanering. De burger ziet natuurlijk alleen die gokkast en niet dat gedicht en dat willen wij niet.” Stadgenoot laat weten dat een gokkast voor het raam van de wijkpost ‘een verkeerde uitstraling’ heeft. ”Daar komen mensen uit de sociale woningbouw, onder wie mensen die in de schuldsanering zitten. Dan past dat niet.” Stadsdeel Oud-Zuid, dat met onder andere het Amsterdams Fonds voor de Kunst dit kunstproject subsidieert, zegt het geheel eens te zijn met de anderen: ”Het is gewoon niet gepast om in een omgeving waar jongeren komen voor schuldsanering een gokkast neer te zetten, ook al is het kunst.” Maar welke kwalijke invloed kan een geëxposeerde fruitautomaat hebben? Raken bezoekers dan in de war, verleid, nemen ze aanstoot? De woordvoerder van stadsdeel Oud-Zuid: ”Dat weet u zelf precies, dat ga ik niet uitleggen. Die gokkast is gewoon ongelukkig gekozen en verder dragen wij het project een bijzonder warm hart toe.” Kunstenaar Mirko Krabbé betreurt de hele gang van zaken. Menno Wigmans gedicht en de gokkast zullen nu onderdak vinden bij een particulier. (LOES DE FAUWE) Website Dichter in de buurt

2 reacties

Opgeslagen onder Politiek

Miljoenennota

In de miljoenennota doet het kabinet precies wat er moet gebeuren. Het gezeur van de oppositie dat het kabinet niet regeert is enkel bedoeld om het eigen onvermogen te maskeren als het gaat om de economische crisis en de overheidsfinanciën op lange termijn.

De economische crisis is ongekend. De economie zal dit jaar naar verwachting met 5% krimpen. Dat is de grootste krimp in Nederland sinds de economische groei op statistisch verantwoorde wijze wordt gemeten in onze moderne beschaving. Zelfs ten tijde van de grote depressie in de jaren dertig kromp de economie niet in één jaar zo sterk.

In de jaren dertig werd de crisis bovendien volkomen verkeerd aangepakt, door toenmalig premier Colijn, lid van de ARP die later in het CDA is opgegaan. Er werd snoeihard bezuinigd, onder andere op de voedselvoorziening aan werkloze arbeiders. In de Jordaan leidde dit tot onrustige jaren met hele veldslagen tussen arbeiders en de politie.

Gelukkig is de aanpak van de crisis nu een heel andere. Zoveel mogelijk worden uitgaven van het rijk (en van de gemeente) gecontinueerd in crisistijd, zodat hiervan een dempend effect uitgaat op de conjunctuur. Drastische bezuinigingen nu zouden de crisis verergeren en de werkloosheid verder laten oplopen. Het kabinet investeert juist meer in de economie nu: de woningbouw wordt gestimuleerd, er is een sloopregeling voor oude auto’s gekomen, wegen worden versneld aangelegd en er worden grote energieprojecten geïnitieerd, zoals windenergie op zee. Bovendien investeert het kabinet in onderhoud en isolatie van woningen, scholen en ziekenhuizen.

De gevolgen voor de werkgelegenheid zullen groot zijn, eigenlijk moeten de klappen op de arbeidsmarkt nog komen. Er wordt gelukkig geld uitgetrokken voor de deeltijd-WW: mensen hoeven dan niet jaren thuis te zitten zodat hun kennis verloren gaat, zoals in de jaren tachtig onder CDA/VVD-kabinetten gebeurde. Mensen behouden hun band met het bedrijf. Tevens wordt de jeugdwerkloosheid bestreden. En in mobiliteitscentra worden mensen snel opnieuw aan een baan geholpen als ze ontslagen worden.

In Amsterdam heeft de PvdA-fractie daar ook op aangedrongen dat de gemeente haar rol neemt. Voor de zomer hebben we het college in de motie-Van der Garde c.s. gevraagd om een plan om extra werk te creëren in maatschappelijk nuttige functies, waar ‘de markt’ nu geen geld voor heeft, maar die voor de stad wel van belang zijn. Tevens trekken we meer geld uit voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Ook het kabinet trekt in de miljoenennota meer geld uit voor jeugdschuldhulpverlening. Mensen met dure huizen van meer dan een miljoen euro worden juist zwaarder belast door een verhoging van het eigen woningforfait. De lasten moeten namelijk wel eerlijk verdeeld worden.

Dat lukt ook in deze crisistijd nog aardig. De koopkracht blijft op peil in 2009 en 2010. In 2009 gaan mensen er gemiddeld nog op vooruit: uitkeringsgerechtigden + 1,25%, werknemers + 2,25% en 65-plussers + 0,5% in koopkracht. In 2010 daalt de koopkracht van werknemers met 0,5% en van 65-plussers met 0,25%, uitkeringsgerechtigden zitten gemiddeld op 0%. De precieze ontwikkeling van de koopkracht is altijd afhankelijk van iemands specifieke situatie, dus er kunnen op individueel niveau grotere plussen en minnen optreden. De grootste klappen vallen bij de mensen die werkloos worden: daar moet onze solidariteit zich in eerste instantie op richten. Vandaar dat de investeringen in werk zo belangrijk zijn.

De crisis leidt wel tot moeilijke keuzes in de toekomst. Het is onvermijdelijk dat het financieringstekort oploopt als de economie zo hard krimpt. Als de economische groei weer aantrekt (naar verwachting in 2011 of 2012) zullen er echter maatregelen nodig zijn om het financieringstekort te verlagen.

Het huidige financieringstekort bedraagt 36 miljard euro. Om te weten hoeveel we in de toekomst moeten bezuinigen, of hoeveel extra inkomsten de staat moet genereren, is het van belang te weten welk deel van dit tekort structureel is, dat wil zeggen, ook op lange termijn zal bestaan. Meestal heeft het oplopende tekort in een laagconjunctuur namelijk een tijdelijke aard: als de economie weer aantrekt, neemt ook het tekort weer af. Het Centraal Planbureau gaat er vooralsnog vanuit dat een groot deel van het tekort structureel is. Deze stelling is echter met veel onzekerheid omgeven. Er is ook een gerede kans dat, als we uit de crisis komen, er juist sprake is van ‘overshooting’: de economie groeit harder dan het structurele groeipad.

In elk geval is het goed dat de regering ons voorbereid op desastreuze maatregelen, want ook om de kosten van de vergrijzing in de toekomst te dragen zullen er maatregelen nodig zijn. Over dertig jaar zijn er twee keer zoveel gepensioneerden als werkenden. De regering heeft alvast aangekondigd de AOW-leeftijd te willen verhogen, in kleine stapjes tot 67 jaar, tenzij de vakbond met een beter plan komt. Tot 1 oktober heeft de vakbond de tijd om in de SER met de werkgevers tot een akkoord te komen. Voor zware beroepen wil de PvdA een oplossing, maar bijvoorbeeld stratenmakers hebben nu ook al een probleem met de AOW-leeftijd op 65 jaar, er zijn niet zoveel mensen die dat beroep tot die leeftijd volhouden. Toen de AOW onder Drees werd ingevoerd lag de gemiddelde levensverwachting een paar maanden hoger dan 65. Momenteel bedraagt deze 78 jaar voor mannen en 82 jaar voor vrouwen. Ook minister Suurhof die verantwoordelijk was voor de invoering van de AOW vond het in die tijd reeds aannemelijk dat, als de levensverwachting zou stijgen, de AOW-gerechtigde leeftijd aangepast zou moeten worden.

Maar de echte grote keuzes zullen dus in het jaar 2011 of 2012 moeten plaatsvinden, als de economie weer aantrekt. Het feit dat de regering die nu niet maakt, is een teken van historisch besef en economisch inzicht.

In Amsterdam dragen wij ook ons steentje bij. De gemeente kan de crisis niet oplossen, maar wel de gevolgen voor mensen zo klein mogelijk te maken. Dan doen we door extra in geld voor armoedebestrijding, extra banen te creëren in maatschappelijk nuttige functies en de woningbouw te stimuleren. Tevens zorgen we dat bijvoorbeeld het jeugdwerk en de kwaliteit van het onderwijs niet de dupe worden van de crisis, dit soort belangrijke prioriteiten blijven overeind in de gemeentebegroting.

In de Tweede Kamer zijn we daarbij geholpen door een PvdA-motie die is aangenomen, waarmee extra geld uitgetrokken wordt voor conciërges op scholen, wijkverpleegkundigen, bestrijding van schooluitval in het MBO, gezinsvoogden en cultuur. Ook vinden we extra geld voor de opvang voor tienermoeders terug in de Miljoenennota, een punt dat PvdA-collega Peggy Burke vanuit Amsterdam bepleit heeft.

2 reacties

Opgeslagen onder Economie, Politiek

Nieuwe uitzending!

Er is weer een nieuwe uitzending van PvdA TV! Dit keer over de Amsterdamse binnenstad en horeca. Zie onderstaande link:

De uitzending

Uitzending begint na 4,30 min.

Met fractievoorzitter van de PvdA in Centrum, een horeca ondernemer (oa. van Winkel op de Noordermarkt) en een bewoner.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek