D’espinoza

Gisteravond was ik in de Stadsschouwburg. Onder het mom van ‘Urban Myth’ werd een toneelstuk opgevoerd dat toegankelijk was voor de jeugd. Alleen wist ik dat niet van tevoren. Maar de opzet was wel geslaagd: er was veel jeugd! Maar of die het allemaal begrepen?

Ik als Spinoza-fan had een kleine informatievoorsprong, zodat ik kon genieten van de artistieke inbedding van zijn boodschap. Hierboven ziet u de toneelspelers op spectaculaire wijze het podium opkomen.

Waar hebben we het eigenlijk over?

Baruch d’Espinoza was een Amsterdammer, zoon van Joodse immigranten uit Spanje. Aldaar verdreven door de katholieke vorsten noemden zij zich ‘d’Espinoza’: ‘van een netelige plek. De Joodse gemeenschap in Amsterdam werd met rust gelaten door het stadsbestuur en kreeg de gelegenheid een grote synagoge te bouwen. Deze staat er nog steeds, bij het Mr. Visserplein. Spinoza zelf woonde vlak voor het huidige stadhuis: aan de kade bij de Amstel.

Maar de tolerantie van de Nederlandse regenten had ook zo zijn grenzen, leerde Spinoza. De Joodse bestuurders waren zich dit ook bewust en zij wilden dan ook geen gedonder in eigen geledingen. Spinoza werd beschuld van atheistische ideeen en de Joodse gemeenschap uit gestuurd. Sommigen denken dat hier ook economische motieven achter zaten: Spinoza weigerde de erfenis van zijn vader (die enkel bestond uit schulden van een handelsonderneming) met een beroep op de Nederlandse wet volgens welke hij nog minderjarig was. Volgens de Joodse regels was hij wel reeds meerderjarig (de grens lag daar op 21 jaar i.p.v. 25 jaar). Het feit dat allerlei handelsrelaties van de Joodse gemeenschap nu met onbetaalde rekeningen bleven zitten schaadde hun belangen.

Spinoza zelf heeft altijd ontkent Atheist te zijn. Voor hem was God gelijk aan de natuur en de natuurwetten. De ware vrijheid bestaat erin dat wij dit als zodanig erkennen en levens volgens onze natuur. Dus: jezelf zijn en jezelf kunnen ontplooiien. Spinoza zag als belangrijkste kenmerk van de menselijke aard dat zij begiftigd was met rede, ofwel het verstand. De vrijheid bestond er voor de mens dan ook uit dat hij of zij volgens zijn verstand leefde.

In onze vrijheid worden wij echter beperkt door velerlei kwesties, die Spinoza ‘aandoeningen’ noemt. Zo kunnen andere mensen ons belemmeren in onze ontwikkeling, maar ook onze eigen emoties zitten ons in de weg. Hang naar overdadige macht, rijkdom, lust enzovoorts zorgen dat wij van ons natuurlijke pad afwijken en uiteindelijk zal dit genot op korte termijn ons op lange termijn niet gelukkig maken. De ware vrijheid voor de mens houdt dan ook in dat hij of zij zich dat bewust is.

Vanuit dit perspectief moeten wij ook anderen in hun waarde laten (tolerantie) en vrij zijn in onze gedachten en onze meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting was volgens Spinoza echter wel geclausuleerd: dit mocht niet leiden tot opruiend en staatsondermijnend gedrag. Hij zag namelijk een zeer belangrijke rol voor de staat weggelegd, om de veiligheid en hiermee de vrijheid van een ieder te garanderen.

Dat de tolerantie en meningsuiting in de nog jonge republiek (we hebben het over de Gouden Eeuw) grenzen had merkte Spinoza toen zijn vriend Adriaan Koerbagh na het uitbrengen van een boek dat als atheistisch werd beschouwd veroordeeld werd tot het Rasphuis, waar hij na een jaar stierf. Het is het resultaat van een machtsstrijd tussen de protestantse kerk en het regentendom: de kerk probeert steeds meer invloed op de staat te hebben en tracht de regenten aan te zetten tot censuur van drukwerk en universiteiten. Bovendien woedt er een strijd tussen de stadhouder en de regenten, waarbij na een inval van Engeland, Frankrijk, Keulen en Munster de gebroeders de Witt door het volk worden gelyncht (rampjaar 1672).

Spinoza besluit zijn visie op staatsinrichting en de verhoudingen tussen kerk en staat, alsmede zijn analyse van de Bijbel in het Latijn te publiceren: het zal dan niet als opruiend worden ervaren. Van zijn belangrijkste werk ‘Ethica’ wil hij dat het pas na zijn dood gepubliceerd wordt.

Helaas hoefde het publiek hier niet lang op te wachten: in 1677 sterft hij aan een longaandoening. Een erfelijke ziekte die waarschijnlijk verergert werd door het lenzenslijpen waarmee hij in de kost kon voorzien.

Het toneelstuk verplaatste zich op een gegeven moment naar het Leidseplein, en het publiek naar het Ajax balkon waar we een hoofdtelefoon opkregen. Zeer bijzonder!

En hier doet één van de acteurs nog een dansje, nadat hij twee passerende toeristen heeft gevraagd of zij soms een antwoord hadden op de vraag hoe het toch komt dat de tram op de rails rijdt zoals deze rijdt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s