Maandelijks archief: mei 2008

Lieverlee

Als van lieverlee
Het water eenzaam uit de wolken drupt
Waant hij zich in groot geluk
Want iedereen huilt mee

Hij staat daar stom naar boven te staren
Weet niet waarom wanneer en hoe
Het maakt hem duivels eindeloos moe
Kan niets of niemand nergens ontwaren

Daar donkert het door
Hij trekt zijn jas aan, tot over zijn oren
Was hij zichzelf kwijt, verfomfaaid, verloren
Nu gaat er een lach van zijn oor tot zijn oor

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gedichten

Nekschot (III)

Wie de inbreng van Ballin in de kamer goed leest weet waarom het drie jaar heeft geduurd voordat er tot vervolging werd over gegaan door het OM. De aangifte dateert van 2005. Toen heeft die een paar maanden vrolijk in een bureaulade gelegen.

Tot het moment dat er een ‘Interdepartementale Werkgroep Cartoonproblematiek’ werd ingesteld.

Nu heb ik niets tegen interdepartementale wergroepen. Zo is er een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (in Haags jargon: IBO) gedaan naar het grondbeleid door een werkgroep van ambtenaren van allerlei ministeries die met goede voorstellen kwam, waarvan een aanzienlijk aantal inmiddels zijn geimplementeerd.

Maar een Interdepartementale Werkgroep Cartoonproblematiek, wat voor heil valt daarvan te verwachten?

Dat weten we nu: het kostte drie jaar om te vergaderen over de vraag of Nekschot nu vervolgd moet worden of niet. Toen koos men voor een slap aftreksel: een beetje huiszoeking, een intimiderend politieverhoor, anderhalve dag in de cel en daarmee is dan de kous af. Er verdwijnen 8 (à 9 gek genoeg, zijn het er nou acht of negen?) van de site (die vervolgens wel vrolijk in de winkel blijven liggen, in een tijdschrift worden afgebeeld (is HP de tijd al vervolgd voor deze vermoedelijk strafbare feiten? Ik geloof het niet – zo strafbaar was het blijkbaar allemaal niet) en zo bij Bol.com te bestellen zijn) en de Interdepartementale Werkgroep Cartoonproblematiek zal zich wel feestelijk opheffen met een dinertje, waarin iedereen bedankt wordt voor zijn inzet voor het succesvol verloop en de constructieve vergaderingen van de Interdepartementale Werkgroep Cartoonproblematiek.

Nekschot heeft zo zijn eigen interpretatie van de werkwijze van de Interdepartementale Werkgroep Cartoonproblematiek:

1 reactie

Opgeslagen onder Politiek

Kamerdebat

Onze collega Heerts in de kamer was zo vriendelijk om één van onze vragen aan de minister te stellen. Maar antwoord wordt niet gegeven omdat de minister alleen zaken omtrent het ‘beleid’ heeft beantwoord. Zie hieronder de inbreng van onze kamerfractie uit het ongecorrigeerd stenogram. Daaronder de antwoorden die de minister geeft op vragen omtrent zijn persoonlijke inmeninging. Hij wist er dus wel van, maar zag geen casus voor persoonlijke inmenging (dit aanwijzingsrecht heeft hij wel).

De heer Heerts (PvdA):
Mevrouw de voorzitter. De PvdA vindt de vrijheid van meningsuiting een groot goed. Dat is niet nieuw. Voordat van iemand gevraagd kan worden om cartoons van internet te halen, moet er veel gebeuren. Dan moet er nogal wat met die cartoons aan de hand zijn. Formeel lijkt er niets aan de hand te zijn. Iemand doet aangifte, er wordt een onderzoek gedaan en in het kader van dat onderzoek wordt iemand verhoord, vindt huiszoeking plaats en worden spullen in beslag genomen. Daarbij is betrokkenheid van de rechter-commissaris aan de orde.
Vooralsnog begrijp ik de gang van zaken rond Nekschot niet helemaal. Er loopt al jaren een onderzoek en ik heb niet de indruk gekregen dat de cartoons van de heer Nekschot tot grote commotie in de moslimwereld hebben geleid. Nu is er huiszoeking, verhoor en inbeslagname. Ik kan niet goed beoordelen of dit proportioneel is ten opzichte van de zaken waarvan de cartoonist verdacht wordt. Kan de minister van Justitie hierop ingaan?
De Amsterdamse PvdA-gemeenteraadsfractie heeft al vragen gesteld aan de burgemeester over de bewering dat tijdens het verhoor tegen Nekschot zou zijn gezegd dat zijn identiteit bekend zou worden, waarbij geïnsinueerd zou zijn dat dit gevolgen voor zijn veiligheid zou hebben. Van de minister van Justitie wil ik ook op dit punt opheldering.
In de brief over cybercrime in verband met radicaliserende boodschappen op internet, waarover wij eerder deze week spraken, wordt ook iets opgemerkt over de vrijheid van meningsuiting. Op pag. 21 van de brief gaat de minister in op jurisprudentie van de Hoge Raad. Discriminerende uitlatingen zijn niet strafbaar als sprake is van een uitlating die past in een maatschappelijk debat of die op een andere manier nuttig is: “Indien echter een uitlating in nodeloos agressieve of grievende bewoordingen is vervat, of de toonzetting ervan de grenzen van de aanvaardbare polemiek overschrijdt, kan er wel sprake zijn van strafbaarheid. Deze randvoorwaarden maken dat politie en justitie tot op heden terughoudend zijn in de opsporing en vervolging van dit soort zaken”. Even verder schrijft de minister: “Het aangekondigde actievere strafrechtelijke antidiscriminatiebeleid zal de jurisprudentie moeten opleveren die als richtsnoer voor de toekomst geldt.”
Ik vraag de minister van Justitie of de zaak rond Gregorius Nekschot in de context van deze woorden kan worden geplaatst. Vindt vervolging plaats om jurisprudentie op te leveren die als richtsnoer voor de toekomst moet gelden?
Vindt vervolging in deze zaak plaats bij wijze van proefproces? Is er sprake van een aanscherping van het vervolgingsbeleid waar Nekschot nu mee te maken heeft gekregen of staat dit er los van? In de kranten hebben wij allemaal kunnen lezen dat dit een politiek gemotiveerde vervolging zou zijn. Graag krijg ik hierop een reactie van de minister. Het is overigens goed om hier ook nog eens te melden dat discriminatie op de arbeidsmarkt en ook anderszins door dit kabinet krachtiger wordt aangepakt en dat ook het OM na verkregen aangifte overgaat tot onderzoek en mogelijke vervolging.
Dan ga ik nu verder over de vrijheid van meningsuiting. Daar zijn wij uiteraard een groot voorstander van en, naar ik aanneem, iedereen hier. Het is niet te voorkomen dat uitspraken of cartoons van de een soms kwetsend zijn voor de ander. Dat kan ook nu eenmaal niet anders in onze open samenleving. Wij zouden het erg vinden als cartoonisten of anderen zich geremd gaan voelen te tekenen, schrijven of zeggen wat zij willen maar wij vinden ook allemaal dat die vrijheid van meningsuiting niet onbeperkt is. Behalve door ieders fatsoen, wordt die formeel ook ingekaderd door ons Wetboek van Strafrecht. Daarin staan tal van zogenoemde uitingsdelicten die in zicht kunnen komen wanneer iemand de grenzen van vrijheid van meningsuiting of artistieke expressie overschrijdt. Dat zijn artikelen over belediging, haat zaaien, laster, smaad, enzovoort. Die artikelen staan daar niet voor niets, met uitzondering van het artikel over godslastering maar daar kent u ons standpunt over. Wie maakt uit of de strafrechtelijke grenzen zijn overschreden? Niet ik, niet wij hier maar de rechter oordeelt hierover nadat het OM na aangifte en onderzoek iemand aangeklaagd heeft en tot vervolging heeft voorgeleid. Het lijkt erop dat die weg formeel goed is bewandeld. Ik speculeer verder niet of Nekschot wel of niet vervolgd, laat staan veroordeeld moet worden want dan gaan wij op de stoel van het OM of de rechter zitten. Dat is niet wenselijk. Wij zetten wel vraagtekens bij deze zaak en hopen dat de minister die vanavond kan wegnemen.
De heer Van der Ham (D66):
In de media heeft u hierover ook een aantal dingen gezegd. Zo heeft u gezegd dat u zich haast niet voor kan stellen dat het OM zo hard tekeergaat als het alleen maar gaat om cartoons. Dat herhaalt u hier dus?
De heer Heerts (PvdA):
Wij hebben gezegd dat wij de zaak hoog op opnemen en dat wij die op de voet zullen blijven volgen. Als het alleen maar om de cartoons gaat, dan lijkt het ons opmerkelijk en wellicht ook buitensporig. Wij laten ons graag overtuigen door wat de minister hier zegt. Wij weten het ook niet allemaal, want de zaak is op dit moment in onderzoek. Wij moeten nog maar afwachten of het OM overgaat tot vervolging.
De heer Van der Ham (D66):
Kunt u zich voorstellen dat een cartoonist die zelf gekozen heeft voor anonimiteit, zich door de manier waarop hij nu is aangepakt behoorlijk aangetast voelt in zijn vrijheid van beroepsuitoefening? Dan is er nog geen rechter aan te pas gekomen. Wellicht komt het er ook niet eens van. Het is namelijk nog maar de vraag of die cartoons zich daarvoor lenen. In de tussentijd is evenwel zijn anonimiteit doorbroken en is hij in zijn vrijheid van meningsuiting aangetast.
De heer Heerts (PvdA):
Dat zie ik niet. Degene die de grenzen opzoekt, weet dat een keer iemand aanstoot kan nemen aan wat hij getekend heeft. Daar kan aangifte tegen worden gedaan. Dat hoort in zekere zin dus een beetje bij het “spel”. Ik heb niet de idee dat cartoonisten in het algemeen behoren tot de bangeren.
De heer Rutte (VVD):
Moet ik uit het betoog van de heer Heerts opmaken dat hij zegt dat artikel 137, in het bijzonder de onderdelen c en d, zo geïnterpreteerd moeten worden dat er zeker in het licht van discriminatie grenzen zijn aan beledigen, maar dat daar zeer restrictief mee moet worden omgegaan als het gaat om mensen die het vrije woord gebruiken en die onderdeel zijn van het maatschappelijk debat? Het moet dus niet zo zijn dat dan te snel geconstateerd wordt dat er daadwerkelijk een vervolgingsgrond in zou zitten. Heb ik de inbreng van de heer Heerts daarmee goed begrepen?
De heer Heerts (PvdA):
Met de vervolgingsgrond maakt u het net iets complexer, want die vervolgingsgrond hangt af van de aangifte. Op alles wat u daarvoor zei, antwoord ik echter volmondig met “ja”.
De heer Rutte (VVD):
Dan zijn wij het op dat punt eens, maar dan heb ik een vervolgvraag. U probeert deze casus te bespreken om na te gaan hoe die past in het brede geheel. Deelt u mijn mening dat er in de afgelopen jaren op het punt van de vrijheid van meningsuiting wel degelijk sprake is van een verandering in het maatschappelijke debat en klimaat en dat het zeer opmerkelijk is dat een cartoonist nu vervolgd dreigt te worden?
De heer Heerts (PvdA):
Ja, het is opmerkelijk, maar het debat is veranderd. Ook in het coalitieakkoord hebben wij afgesproken dat discriminatie — daarmee bedoelden wij overigens niet direct dit, maar vooral discriminatie op de arbeidsmarkt — steviger zou worden aangepakt.
Mevrouw Verdonk (lid Verdonk):
De heer Heerts zei in het begin van zijn betoog dat deze satire niet veel ophef in de moslimwereld teweeg heeft gebracht.
De heer Heerts (PvdA):
Ik heb gezegd dat wij niet de indruk hebben gekregen dat de cartoons van de heer Nekschot tot grote commotie in de moslimwereld hebben geleid.
Mevrouw Verdonk (lid Verdonk):
Als dat wel het geval geweest zou zijn, was deze manier van doen — deze inval en deze intimidatie — dan wel terecht geweest?
De heer Heerts (PvdA):
Zo ver ga ik helemaal niet. Het paste in mijn betoog, maar ik ga helemaal niet zover. Voordat het OM overgaat tot actie, moet er aangifte zijn. Of dat dan wel zou zijn gebeurd maar wellicht door een heel andere groepering, is een “als”-vraag.
Mevrouw Verdonk (lid Verdonk):
Dan vraag ik mij af wat de zin is van zo’n opmerking.
De heer Heerts (PvdA):
Dat is uw goed recht.

Ballin zegt over zijn persoonlijke betrokkenheid:

Toen de berichten over deze aanhouding in de media verschenen, heb ik uiteraard gezegd dat het OM mij over deze zaak had geïnformeerd. Het OM informeert mij ook vooraf over zoiets als de aanhouding in de Puttense moordzaak die heeft plaatsgevonden. Mijn beoordelingskader past in onze rechtsstaat. Ik zit er niet om het OM van vervolging af te houden als het meent tot vervolging te moeten overgaan. Mijn vragen hebben er wel betrekking op gehad waarom het in bepaalde gevallen wel en in andere gevallen niet is gebeurd. Het OM heeft het nader bekeken en heeft daarover bericht uitgebracht. Ik ben tot de conclusie gekomen dat er geen bezwaar tegen bestond dat het OM doorging met wat het van plan was te doen.

Wat het ter hand nemen van deze zaak betreft heb ik geen aanleiding gezien om daar negatief op te reageren. Integendeel. Er waren aangiften van opzettelijke belediging, van aanzetten tot haat of discriminatie. Dat staat precies in de motie-Bos/Halsema uit 2005. Het OM behoort werk van dit soort dingen te maken.
De modaliteiten van de opsporingshandeling plegen geen onderwerp van discussie te zijn tussen de leiding van het OM en mij. Een minister van Justitie die zou proberen daar als een soort super-pg in mee te kijken, is niet op een goede manier met zijn taak bezig.

Ik reken het tot mijn taak om het OM in staat te stellen om professioneel en binnen de kaders van het algemene beleid zijn werk te kunnen doen. Ik zou het niet tot mijn taak rekenen om het OM via een politieke aanwijzing af te houden van een strafvervolging als het OM aanleiding ziet om tot vervolging over te gaan. Het is bekend hoe ik daar al sinds lange tijd tegenover sta. Er kunnen situaties zijn waarin aan het OM moet worden gevraagd om iets te vervolgen. De wet heeft een regel voor deze aanwijzingsbevoegdheid, die dan ook moet worden bekendgemaakt. Dat is hier niet aan de orde geweest.

In december 2006 heb ik een ambtsbericht van het Openbaar Ministerie gekregen dat het voornemens was om tot vervolging van Gregorius Nekschot te komen en om dat bij bepaalde andere cartoons waarover ook aangiften lagen, niet te doen. Daarover zijn gesprekken, overleg en nadere informatie gevolgd. Er was ook al geruime tijd een werkgroep die zich bezighield met de cartoonproblematiek, niet in de zin van deze cartoons maar van de Deense cartoons; een interdepartementale werkgroep, waarbij ook het OM betrokken was, om te anticiperen op Deense situaties. Die werkgroep is ook in een vroeg stadium hiervan op de hoogte gesteld. Dit heeft heeft inderdaad niet geleid tot enig moment waarop ik heb overwogen om aan het Openbaar Ministerie een aanwijzing te geven om vervolging achterwege te laten. Mijn rol in dezen zou ook niet de goede zijn, als ik zou proberen het Openbaar Ministerie af te houden van een vervolging als het tot de conclusie komt dat strafbaarheid en strafwaardigheid na toetsing aanwezig zijn. Die zou wel zijn om te vragen naar consistentie. Waarom de ene cartoon wel en de andere niet? Die gesprekken hebben plaatsgevonden. Die contacten over de stand van zaken en de informatie, ook in de werkgroep, hoe het ervoor stond, zijn vervolgd. Het Openbaar Ministerie heeft tot op het moment van de doorzoeking geen kennis gehad van de identiteit van de tekenaar/cartoonist. Nog aan het begin van dit jaar was er de indruk dat het ging om twee mensen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Stelling

Weer een stelling op de PvdA Amsterdam site. Hier alvast mijn mening:

‘Vrijheid van meningsuiting niet in goede handen bij CDA’

 

Balkenende die Opinio met een bodemprocedure kapot wil maken. Diverse prominente CDA’ers die de film van Geert Wilders bij voorbaat wilden verbieden. Hirsch Ballin met zijn uitgelekte brief over smalende godslastering en de actie tegen Gregorius Nekschot. Allemaal zaken die ons aan het denken zetten. Is de vrijheid van meningsuiting wel in goede handen bij de grootste regeringspartij? Of eten we de soep niet zo heet.

 

 

Mijn reactie:

Meerdere malen hebben diverse CDA’ers hun vrije mening geuit over hoe de vrijheid van meningsuiting geïnterpreteerd moet worden en waar deze voor bedoeld is. Bijvoorbeeld premier Jan-Peter Balkenende, met de hem kenmerkende bezweringen van als we nu kijken naar het debat dat we voeren moeten mensen zich afvragen of…

Op zichzelf ben ik persoonlijk geen groot voorstander van onnodige provocatie, maar als je kijkt naar de punten waar het CDA over valt dan zijn dat vaak de satirische uitingen. Eerder maakte de premier zich druk over hoe het koningshuis in ‘Café de wereld’ werd nagedaan, terwijl volgens mij Lex en Max rollend op de grond lagen bij die uitzendingen. In ‘Opinio’ schreef iemand een satirisch bedoelde ‘pastiche’, maar Jan-Peter kon er niet om lachen. Marcel noemt hierboven meer voorbeelden. Satire is doodnormaal in een vrije samenleving, vroeger op de Dam zorgden Jan Klaassen en Katrijn voor satire in een poppenkast, nu zijn het cartoonisten en televisiemakers. Of Hirsch Ballin zélf ook de hand heeft gehad in de zaak-Nekschot vind ik een zeer relevante vraag die in de kamer gesteld zou moeten worden, voordat we de conclusie kunnen trekken dat ‘het CDA’ verantwoordelijk is voor de gang van zaken. Op zijn minst heeft het CDA een klimaat geschapen waarin satiristen onder druk worden gezet op hun tellen te passen, zodat het risico van zelfcensuur op de loer ligt. Dit is zeer ernstig en vraagt om een krachtig weerwoord van de PvdA. Eén conclusie staat in elk geval als een paal boven water: het CDA houdt niet van humor.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zonder categorie

MulderMail!

Met de MulderMail ontvang je eens in de zoveel tijd een update van mijn activiteiten. Meld je hieronder aan!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zonder categorie

Nekschot (II)

Ons standpunt:

zoals verwoord bij Rtv Noordholland.

zoals verwoord bij AT5 nieuws.

Maar de mooiste reactie kwam toch wel van Marcel Duyvestijn. Doordat hij ons scherp hield/houdt, blijven wij alert. Ik durf de stelling aan dat als hij mij niet zo’n +/- 5 keer (ben de tel inmiddels kwijt) beschimpt had via inmiddels ongeveer alle opiniepagina’s die ons land rijk is tezamen met zijn liefdevolle kornuiten Terstall en Van Amerongen, ik navrant minder alert zou zijn. Gelukkig wordt de man nu zelfs voorzitter van het mij zo dierbare Lux Voor, alwaar hij zijn belangrijke missiewerk verder kan brengen. Marcel, bedankt.

En zelfs GeenStijl toont zich ingenomen met de Amsterdamse PvdA, een unicum.

En ook voor u het  persbericht:

De PvdA Amsterdam vraagt opheldering aan burgemeester Job Cohen over het optreden van politie en justitie aangaande de aanhouding van cartoonist Gregorius Nekschot. De PvdA heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan burgemeester Job Cohen.

Raadslid Michiel Mulder: ‘Als de berichten kloppen dat de politie tijdens het verhoor heeft geïnsinueerd dat door de aanhouding de veiligheid van de heer Nekschot wellicht in het geding zal komen en dat een rechtszaak uitblijft, hebben wij sterke twijfels of dit de meest effectieve wijze is om discriminatie te bestrijden én de vrijheid van meningsuiting te waarborgen.’

De PvdA maakt zich grote zorgen over het feit dat er druk uitgeoefend wordt op de cartoonist om de inhoud van zijn website aan te passen, terwijl de rechter geen oordeel heeft geveld. De fractie in de gemeenteraad heeft schriftelijke vragen gesteld om helderheid te krijgen of de werkwijze van politie en justitie onder de gangbare werkmethoden vallen. De PvdA Amsterdam verzoekt de Burgemeester de kwestie te bespreken in het overleg tussen korpsbeheerder, korpschef en officier van justitie.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Schriftelijke vragen Gregorius Nekschot

Uit Parool vandaag:

De PvdA-fractie in de gemeenteraad wil opheldering van burgemeester Job Cohen over de arrestatie. ”We maken ons zorgen over de manier waarop politie en justitie deze zaak aanpakken,” zegt raadslid Michiel Mulder. Hij vraagt onder andere of het klopt dat tijdens het verhoor tegen Nekschot is gezegd dat zijn identiteit bekend zou worden, waarbij geïnsinueerd werd dat dit gevolgen voor zijn veiligheid zou hebben. Volgens Mulder werkt zo’n opmerking intimiderend.

De PvdA wil dat de zaak voor de rechter komt, omdat op die manier duidelijk kan worden of sprake is van discriminatie. De vragen zijn gesteld namens de hele fractie, aldus Mulder.

De burgemeester heeft geen zeggenschap over de politie als het om justitiezaken gaat. De PvdA wil daarom dat hij via het gebruikelijke overleg informeert bij de hoofdofficier van justitie.

De volledige versie van de schriftelijke vragen:

Schriftelijke vragen Gregorius Nekschot

 

Afgelopen donderdag werd de cartoonist die onder het pseudoniem Gregorius Nekschot publiceert, onder andere via het internet, aangehouden in zijn woning, verhoord op het politiebureau, waar hij een nacht moest verblijven. Zijn spullen werden tijdelijk in beslag genomen. Dit naar aanleiding van een aangifte die het Meldpunt Discriminatie Internet drie jaar geleden heeft gedaan. De aanhouding vond plaats door de Amsterdamse politie op verzoek van het arrondissementsparket Amsterdam, na onderzoek door Het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD), ondergebracht bij het Openbaar Ministerie in Amsterdam. De PvdA-fractie hecht zeer sterk aan het bestrijden van discriminatie en hecht er dus zeer aan dat mogelijk discriminerende uitingen door de rechter worden beoordeeld. Daarom maakt de fractie zich zorgen over de wijze waarop politie en Openbaar Ministerie tot op heden op hebben getreden in deze zaak. Naar aanleiding van de aanhouding heeft ondergetekende de eer het college van B&W de volgende vragen te stellen.

 

  1. Klopt het dat tijdens het politieverhoor door een agent is opgemerkt dat het voor de verdachte nu wel vervelend zal zijn dat mogelijk zijn identiteit bekend wordt door de aanhouding en dat dit mogelijk gevolgen heeft voor zijn veiligheid, zoals dhr. Nekschot tijdens de uitzending van NOVA van vrijdag 16 mei jl. te kennen gaf?
  2. Valt deze opmerking onder de gangbare verhoormethode van de politie Amsterdam-Amstelland?
  3. Is het college het met vragensteller eens dat dergelijke opmerkingen een intimiderend karakter hebben, waardoor de cartoonist onnodig onder druk wordt gezet op een oneigenlijke manier?
  4. Klopt het dat het Openbaar Ministerie de cartoonist verzocht heeft 8 van zijn cartoons van zijn website te verwijderen?
  5. Klopt het dat het Openbaar Ministerie niet van plan is de zaak tot een rechtszaak te laten komen, zoals een vertegenwoordiger van het Meldpunt Discriminatie Internet vrijdag 16 mei jl. in een uitzending van NOVA vertelde, hetgeen deze vertegenwoordiger betreurde?
  6. Kan het college aangeven of het doen van een verzoek aan een kunstenaar tot wijziging van zijn werk zonder dat rechtsvervolging in gang wordt gezet onder de gangbare werkmethode van het arrondissementsparket Amsterdam van het Openbaar Ministerie valt?
  7. Zo nee, is het college bereid via haar portefeuillehouder Openbare Orde en Veiligheid deze kwestie aan de orde te stellen in het ‘driehoeksoverleg’ tussen korpsbeheerder, korpschef en officier van justitie?
  8. Is het college het met vragensteller eens dat een effectieve bestrijding van discriminatie van het allergrootste belang is?
  9. Is het college het met vragensteller eens dat, juist een effectieve bestrijding van discriminatie gebaat is bij een toetsing door de rechter en dat het diens taak is om te toetsen of de uiting van een kunstenaar een mogelijk discriminerend karakter heeft?
  10. Is het college het met vragensteller eens dat het niet de taak is van politie en het Openbaar Ministerie om druk uit te oefenen op een kunstenaar om de inhoud van zijn/haar kunstuiting te wijzigen, anders dan via uitspraken van een rechter?

 

Michiel Mulder

 

1 reactie

Opgeslagen onder Politiek