Joop den Uyl (4) of: Hoe Amsterdam een degelijke gereformeerde tot een agnost maakte

Joop den Uyl ging 1936 studeren in Amsterdam aan de gemeente universiteit. Zijn moeder Agatha was niet blij dat hij aan een niet-christelijke universiteit economie ging studeren, maar met een tien voor staathuishoudkunde lag dit te zeer voor de hand, aangezien de Vrije Universiteit geen economie doceerde. Zijn vader, een mandenmaker, was toen reeds overleden. De jonge Den Uyl was diep gelovig. De eerste jaren bleef hij nog in het ouderlijk huis in Hilversum wonen, maar dit kon niet verhinderen dat zowel zijn geloofsbeleving als zijn maatschappijvisie in zijn studentenjaren in Amsterdam sterk wijzigden.

Joop was van gereformeerde huize, en nam in zijn tienerjaren het geloof zeer serieus. Niet alleen in het persoonlijk leven, ook zijn maatschappijvisie werd erdoor getekend. Het waren de jaren van de diepe economische crisis, die in Nederland lang voortduurde vanwege de politiek van Hendricus Colijn (pamflet), premier en voorman van de ARP, die weigerde de gulden te devalueren en bezuinigingen afkondigde in plaats van Keynesiaanse overheidsinvesteringen. Joop was actief in de jongerenafdeling van de ARP, die in de negentiende eeuw was opgericht door Abraham Kuyper, die ‘solidariteit in eigen kring’ bepleitte voor de ‘kleine luyden’. Solidariteit binnen de gereformeerde zuil moest voorkomen dat de Christelijke arbeiders aangetrokken werden door de klassenstrijd die Karl Marx voorspeld had. Het communisme werd als nog verwerpelijker gezien dan het Nationaal-Socialisme, getuige het commentaar van spreekbuis van de stroming, ‘De Standaard’, op de machtsovername door Adolf Hitler in 1933. ‘En het valt te begrijpen dat in een land als Duitsland, waar dit verfoeilijke communisme miljoenen reeds in zijn greep ving, om het geweld der overheid wordt gevraagd teneinde dit werk der diepte te keren.’ Om de teloorgang van de democratie wordt niet getreurd door De Standaard, want: ‘De republiek van Weimar gaf veel te veel vrijheden, naaktgymnastiek en goddeloosheid namen toe en van de vrijheid werd niets dan misbruik gemaakt.’

Het was in deze context dat Joop den Uyl zich in een opstel voor  school, zich niet al te enthousiast over de democratie uitliet, met haar ‘Mooi klinkende leuzen en onvervulbare beloften (…) Miljoenen pamfletten vol leugens en verdraaide voorstellingen.’ Hij was overigens ook geen voorstander van het Nationaal-Socialisme, maar sprak zich uit voor een ‘Christelijk Nationalisme.’ Het is waarschijnlijk vanuit ons hedendaags perspectief moeilijk te  begrijpen wat hij daar precies onder verstond, misschien wist hij het in zijn vijftiende levensjaar zelf niet precies. Vast staat dat de premier Colijn, die de indruk wekte het land met vaste hand door de crisistijd heen te loodsen, veel van deze waarden vertegenwoordigde.

Op de economische faculteit te Amsterdam kwam Joop den Uyl in aanraking met hoogleraren als Jan Tinbergen, die co-auteur was van het ‘Plan van de Arbeid’ van de Sociaal-Democraten, en grote overheidsinvesteringen bepleitte. Ook volgde hij colleges filosofie bij de hoogleraar H.J. Pos, die tevens voorzitter was van het Comité tegen Fascisme en Nationaal-Socialisme.

Het sterkst evenwel is hij beïnvloed door de vrienden en gesprekken die hij ontmoette op studentenvereniging S.S.R., alwaar hij lid werd van Collegium M.E.D.I.C.U.S., zo stelt zijn biografe Anet Bleich. De sfeer op deze gezelligheidsvereniging en de ruimte die er was voor discussies van allerlei aard in het verenigingsblad Libertas ex Veritate, bracht hem in aanraking met verschillende standpunten en zienswijzen van zowel gereformeerden als hervormden en luthersen, met een heel verschillende graad van gelovigheid. In het geloof werd hij in deze tijd sterk beïnvloed door de Zwitserse theoloog Karl Barth, die stelde dat men de wil van God niet kan kennen. Aanvankelijk keerde Barth zich tegen politieke bemoeienis door de kerk, maar dit veranderde in de tweede helft van de jaren dertig na de Anschluss van Oostenrijk en de inlijving van Tjechië, waarbij Barth stelden dat gelovigen hun liefde voor de vrede op de tweede plaats moesten stellen en hun liefde voor de vrijheid daarboven.

Deze omslag in het denken duurde bij Joop iets langer en hij studeerde zelfs nog korte tijd in Duitsland, waarbij hij voor het eerst verliefd werd. Toen de oorlog ook in Nederland uitbrak, sprak de oud-premier Colijn zich uit voor een ‘Reaalpolitiek’ en ‘de feiten te aanvaarden zooals ze voor ons liggen.’ Joop den Uyl echter, hoopte dat de kerken zich tegen de uitsluiting van Joodse studenten en hoogleraren zou uitspreken, evenals zijn vereniging de SSR. Bij de lustrumviering van 1941 was Colijn uitgenodigd als spreker, maar tot Joops teleurstelling gaf deze niet het startsein voor een protest uit Christelijke kring en keerde de oud-premier zich niet tegen het regime en de Jodenvervolging. Een concept-motie die Den Uyl had opgesteld, waarin de universiteit werd opgeroepen zich tegen de Jodenvervolging te keren, werd niet aanvaard. Wél besloot de vereniging zichzelf op te heffen, toen het Joodse mensen verboden werd lid te worden van verenigingen zonder winstoogmerk.

Inmiddels was Joop in Amsterdam gaan wonen, op de Keizersgracht, zodat zijn ruimte voor twijfels nog groter werd. Hij kwam in contact met Geert van Oorschot, de uitgever van onder andere Jacques de Kadt, de grondlegger van het personalistisch-socialisme waarmee de doorbraak geforceerd werd van religieuze gezindten tot het socialisme. Geert van Oorschot was een bon vivant, die Den Uyl hielp zijn onhandigheid met meisjes te overwinnen. Maar daarvoor was het volgen Van Oorschot wel nodig ‘God God te laten en eerst haar te vinden en dan God.’

Joop werd opnieuw verliefd, ditmaal op een Joods meisje, Leonie. Hij was diep geraakt toen zij werd gedeporteerd, rechtstreeks naar Auschwitz. Het was 1943 en zijn geloof was definitief van karakter veranderd. ‘De bijbel is een mogelijkheid,’ schreef hij in zijn dagboek. Hij was agnost geworden, wat inhoud dat men gelooft dat men geen kennis kan hebben van een boven onze ervaring uitgaande orde. Toevallig of niet: hij studeerde kort na het verlies van Leonie af en verhuisde voor zijn eerste baan bij het Rijksbureau voor Chemische Producten naar Den Haag.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s