Reactie op wat reacties

Zaterdag schreven Manon en ik een stuk in de Volkskrant over dat links de redelijkheid van de daken moet schreeuwen en dat de rechtse demagogie gestopt moet worden. Direct werden wij op de site van de PvdA-Amsterdam en op de site van de Volkskrant als probleemontkenners neergezet en ons stuk werd gezien als het neerleggen van een warme wolle deken, pappen en nathouden, pamperen, noem het maar op. Ja zelfs waren wij racisten en vrouwenhater. (volkskrantsite en pvda site)

Toch is dat niet het geval. Ik zal hier trachten dat nog te betogen aan de hand van punten die niet in de 600 woorden van de Volkskrant pasten. (Die hebben ook zo hun eisen).

Als nieuwe Nederlanders zich in dit land vestigen, krijgen ze een inburgeringscursus. Wij verwachten dat deze nieuwe burgers na zo’n cursus ingeburgerd zijn. Zij voldoen dan aan een setje geselecteerde normen en waarden. Voorbeelden van vragen die worden gesteld, zijn: wat te doen als je buurman een kindje heeft gekregen, wat zet je allemaal in je tuin en waar deponeer je je oude frituurvet. Ik was met de hakken over de sloot geslaagd. Betekent dat dan dat ik geen goede Nederlander ben of betekent het dat het inburgeringsexamen is geschreven vanuit een te nauwe opvatting van het Nederlanderschap. Ik denk het laatste.

Maxima stelde dit aan de kaak en kreeg heel Nederland over zich heen. Het meest interessant in haar speech was en citaat van wijlen prins Claus, destijds het populairste lid van het koninklijk huis: ‘Eén vraag die heel moeilijk te beantwoorden is en die mij herhaaldelijk gesteld werd, is hoe het voelt Nederlander te zijn. Mijn antwoord is: ik weet niet hoe het is Nederlander te zijn. Ik heb verschillende loyaliteiten en ik ben wereldburger en Europeaan en Nederlander.’

Uit de reacties op Maxima’s speech blijkt haarfijn dat veel Nederlanders onzeker zijn over hun identiteit. Premier Balkenende tracht dit gat al jarenlang op te vullen met een pleidooi voor wat ik zou willen noemen: de kleine normen en waarden. Voeten van de bank, elkaar een hand geven, de buurman vriendelijk gedag zeggen. Wilders met zijn Partij Voor de Vrijheid probeert de identiteitscrisis te bezweren door aan te geven wat vooral niet valt onder de Nederlandse identiteit, waarbij het er kort en goed op neerkomt dat dat alles is wat met Moslims te maken heeft. Verdonk heeft als minister een inburgeringscursus ingevoerd waarin krampachtig invulling wordt getracht te geven aan de Nederlandse identiteit, door middel van zaken op het domein van de kleine normen en waarden: de vragen op het examen die ik hierboven aanhaalde spreken boekdelen.

Met deze krampachtige drang de Nederlandse identiteit in te vullen en te omschrijven worden de grote normen en waarden evenwel met voeten getreden. Het gaat dan om de vrijheid en solidariteit, zoals onze maatschappij deze heeft ontwikkeld sinds de Renaissance en de verlichting. De idealen van de Franse revolutie, zoals die zijn opgeschreven in de Rechten van de mens. Deze Rechten van de mens en de vrijheid worden met voeten getreden door menig voorstel van de over elkaar heen buitelende propagandisten van de kleine normen en waarden en door de partij die deze term zo hoogmoedig in haar naamgeving heeft opgenomen.

Om deze notie in zijn volle omvang te bevatten moeten we terug naar de Gouden Eeuw. Grote verlichtingsdenkers als Baruch Spinoza, John Locke en Thomas Hobbes kwamen uit alle windstreken maar hebben één ding met elkaar gemeen. Zij brachten een deel van hun leven in Amsterdam door, omdat zij in hun thuisland vanwege hun geloof en hun denkbeelden niet veilig waren. Zij legden de basis voor het verlichtingsdenken. Vrijheid en tolerantie waren de sleutelwoorden die een nieuw tijdperk inluidden en de maatschappij los moesten  maken van de middeleeuwse dogmatiek van kerk en hellevuur. .

Er was geen inburgeringsexamen in die tijd, maar ook nog geen democratie. En ook toen werd al er gedebatteerd over de manier waarop de samenleving en de omgang met elkaar het beste kon worden ingericht. Thomas Hobbes stelt in zijn ‘Leviathan’ dat souvereine macht niet uitgevoerd kan worden door een grote groep mensen en gaf de voorkeur aan een absoluut vorst. Spinoza gaf aan dat democratie het beste bij de menselijke natuur paste, maar nam genoegen met een verbetering van het regentensysteem. John Locke was de enige die vond dat het volk in opstand moest komen, niet als recht maar zelfs als plicht, als de machthebbers hun belangen niet goed vertegenwoordigen.

Alledrie de concepties van staatsvorming hebben een grote invloed gehad op het denken over de juiste manier om een Europees land te leiden. Achteraf beschouwd is Locke’s idee van democratie het meest invloedrijk geweest in de Franse Revolutie. En het is die periode die we tegenwoordig bezien als de bakermat van onze hedendaagse Europese democratie.  En juist bij die Franse revolutie ging het om grote waarden, zoals vrijheid, gelijkheid en broederschap, niet om de specifieke omgangsvormen. En het was ook in Frankrijk waar de democratie ten onderging omdat men dacht dat een democratisch georganiseerde staat bescherming van de burgers tegen de staat niet meer nodig was. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld hun Amerikaanse revolutionaire wederhelften die een gedegen systeem van checks and balances opzette. De Franse revolutionairen hebben een hard gelag betaald voor het niet institutioneel beschermen van basiswaarden. Door discussies over procedures en de vraag wie zich wel en wie zich niet revolutionair genoeg gedroeg kwamen ze uiteindelijk één voor één onder de guillotine terecht. Hun experiment eindigde in de dictatuur van Napoleon. Dat is een waarschuwing voor elke democratie die zijn eigen idealen vergeet.

Het was de Engelse liberaal John Stuart Mill die de Franse revolutie als tijdgenoot beleefde en op basis daarvan de democratische theorie aanvulde. Mill stelde in tegenstelling tot de Franse vrijheidsdenkers dat de grootste bedreiging van de vrijheid wordt gevormd door ‘de druk van de gangbare meningen en opvattingen, tegen de neiging van de maatschappij om, met andere middelen dan het strafrecht, haar eigen ideeën en gewoontes op te leggen aan mensen die daarvan afwijken. Het vaststellen van die grens en het beschermen daarvan tegen inbreuk, is even onmisbaar voor een gezonde stand van zaken in het menselijk bestaan als bescherming tegen politieke despotie. Vandaar zijn positieve beoordeling van het Amerikaanse systeem waarin minderheden en afwijkende meningen een belangrijkere rol speelden dan bij de Fransen. Mensen moeten volgens Mill niet in een keurslijf worden gestopt. Democratie is ruimte bieden aan minderheden. Meer nog dan Locke, legt Mill hiermee de basis voor onze huidige conceptie van democratie. En het is precies deze conceptie waaraan de laatste jaren steeds meer voorbij wordt gegaan.

Mill legt met deze nadruk op de bescherming van minderheden ook de eerste basis voor het begrip solidariteit. Deze solidariteit bestaat eruit dat de meerderheid zich verbonden weet met de belangen van een minderheid en deze minderheid respecteert, serieus neemt en de voorwaarden schept waaronder de minderheid kan bestaan. Solidariteit heeft zowel een sociaal-economische component (armoede bestrijden, en emancipatie) als een culturele component (in staat zijn een geloof te kunnen belijden of zich cultureel te kunnen uiten). Solidariteit met minderheden is dus de vóórwaarde waaronder vrijheid in een samenleving kan bestaan, welke zonder dit begrip een holle leus wordt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Joop den Uyl in dit verband sprak over ‘de weg naar vrijheid’. Solidariteit maakt het mogelijk dat iederéén in staat wordt gesteld vrij te zijn. Mill leert ons dat het hiervoor belangrijk is om pragmatisch om te gaan met verschillen in levenswijze en zienswijze van de verschillende groepen in de samenleving. Zij zijn een aanwinst voor de samenleving en bieden een alternatief voor het overkoepelende kader van wat normaal wordt gevonden.

Een praktisch normen en waarden kader, zoals we dat op dit moment in Nederland proberen op te leggen is volgens Mill dan ook een bedreiging van de vrijheid. Een goede, houdbare democratie houdt twee belangrijke begrippen aan als basis. Dit zijn Vrijheid en Solidariteit.

Het geruststellende nu is dat wij dus reeds beschikken over een sluitend systeem van normen en waarden, en dus de krampachtige zoektocht naar dé Nederlandse identiteit kunnen staken, en elkaar niet langer hoeven te vermoeien met een examen over de kleine normen en waarden. De grote normen en waarden zijn verwoord in de Rechten van de mens, waarvan het eerste artikel luidt: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.’ U hoeft niet eens een zo heel oplettend lezer te zijn om te zien dat de drie centrale noties van de Franse revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap) hier zelfs met naam en toenaam in genoemd worden.

Als ik u goed meegevoerd heb in mijn betoog ziet met deze bagage op zak het huidige maatschappelijk discours er angstwekkend uit. De Christen-democraten blijven hangen in hun kneuterige beleving van normen en waarden en op rechts is een demagogisch gevecht gaande, dat enkel tot doel heeft de electorale erfenis van Fortuyn te verdelen, maar gepresenteerd wordt als een heldhaftige strijd om de vrijheid en democratie. Dat dat niet het geval is heb ik hier voldoende uiteen gezet. En stelt men dit aan de kaak, zoals Manon en ik in de Volkskrant, dan wordt men als oud-linkse probleemontkenner te kijk gezet. Terwijl de rechtse demagogie geen oplossing biedt en wij linksen in Amsterdam juist daadkrachtig de daadwerkelijke problemen aanpakken die er zijn. Zoals de actieplannen om radicalisering tegen te gaan, ons initiatief om eerwraak daadkrachtig te bestrijden, de vele initiatieven om emancipatie bij Moslima’s te ondersteunen, het aanbieden van taalcursussen, noem maar op. Die acties noemden wij ook in ons artikel, maar daar wordt grappig genoeg in het geheel niet op gereageerd.

Dit maatschappelijke discours moet radicaal omgekieperd worden. Het schreeuwen op rechts mag niet leiden tot een stilte op links. Schreeuwt de redelijkheid van de daken!

Dan ontstaat de ruimte om de grote normen en waarden zoals verwoord in de Rechten van de mens en die het sluitstuk vormen van de verlichting niet alleen opnieuw centraal te stellen in de discussie, maar ook in zijn volle omvang door te voeren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s