Maandelijks archief: november 2007

Por qué no te callas?

Terug van een weekend Barcelona heb ik welgeteld één Spaanse zin geleerd. “Por qué no te callas?” Dat betekent: waarom houd je je mond niet?

Wat was er aan de hand? De gemakkelijke populist Hugo Chavez noemde de Spaanse ex-premier Aznar een ‘fascist’ op een conferentie van staatshoofden van Zuid-Amerika. Dan moet je net koning Juan Carlos van Spanje hebben. De man, indertijd door dictator Franco als zijn opvolger benoemd, heeft als één van de eerste beslissingen de democratie ingevoerd in Spanje, eind jaren zeventig. Die man hoef je dus niet te vertellen wat een fascist is en wat niet.

Toen Chavez de voormalige premier Aznar een fascist noemde en de socialistische premier Zapatero het -op zichzelf al een zeldzaamheid in het gepolariseerde spanje- voor zijn voorganger opnam en Chavez er doorheen bleef tetteren, had de koning er tabak van.

‘Porque no te callas?’ zei hij. zie hier. Let op de intonatie van de koning. Hoe omschrijf ik dit? Het houdt het midden tussen ingehouden verontwaardiging en, bovenal, charisma, eerlijkheid, ik weet niet hoe ik het moet duiden.

En verdomd, waarschijnlijk voor het eerst in zijn leven was Chavez stil, waarop Zapatero hem een lesje democratie gaf, dat op zichzelf al de moeite waard is.

De volgende dag hadden Aznar en Zapatero voor het eerst telefooncontact. Aznar bedankt Zapatero dat hij het voor hem had opgenomen.

Alhier bevind ik mij op een indertijd door Franco gebouwd fort.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Nog een reactie op wat reacties

Met Manon heb ik als volgt gereageert op wat reacties (alhier):

Beste Martien/Eddy,

We begrijpen jullie zorgen heel goed. En ideologieën, ongeacht of ze nu met de Islam of met andere zaken te maken hebben die een fundamenteel onderscheid maken tussen man vrouw gelovig/niet-gelovig kunnen heel gevaarlijk zijn. Daar moeten we stelling tegen nemen, ook vanuit de achtergrond van de PvdA als Emancipatiepartij. De vraag is of je dat moeten doen door je te focussen op praktische omgangsvormen of dat effectievere vormen zijn waardoor je niet de hele samenleving in een strikt keurslijf duwt.

We hebben in het stuk ook proberen aan te geven dat je voor die problemen een oplossing moet zoeken. In gesprek gaan, radicalisering tegen gaan, progressieve elementen binnen en buiten de Moslimgemeenschap ondersteunen, zorgen dat meiden die uit hun geloof willen stappen, te maken hebben met eerwraak (niet alleen bij de moslimgemeenschap een probleem), jongens die niet voor hun homosexualiteit durven uit te komen allemaal relatief gemakkelijk daarvoor uit kunnen komen en dat je daarbij als staat veel ondersteuning biedt, inclusief een maatschappelijk vangnet, een huis en eventueel zelfs een baan, mocht het zo zijn dat dit niet door ouders/ danwel gemeenschap wordt geaccepteerd. En dan vervolgens die gemeenschap daar ook tot in den treuren toe op aanspreken, nooit stil zijn en nooit, maar dan ook nooit, accepteren dat homo’s en vrouwen worden gediscrimineerd.

Emancipatie dus, maar wel binnen de kaders van de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden die daarmee gepaard gaan. Doe je dat door een heel kleine groep (want we praten hier echt over een hele kleine groep) bijvoorbeeld te dwingen om handen te geven? We leven in een rechtsstaat dat betekent dat we dan ook jou en mij moeten dwingen om iedereen een hand te geven. En dat is juist wat ik niet wil. Als een japanner een buiging maakt, spreekt daar geen disrespect uit, maar die groep pak je ook aan met zo’n maatregel. En ja we weten wel dat daar het probleem niet zit, maar je moet dus geen maatregelen nemen die voorbij gaan aan de omvang van het probleem: er zijn zoveel andere maatregelen die wel kunnen werken.

Door de grote woorden over alle moslims en het focussen op gedragspatronen (zoals het geven van een hand, maar ook de discussie over hoofddoekjes) verliezen we een essentieel punt uit het oog. Het gaat niet alleen om gedrag: het gaat om de denkwijze. Een fundamentalistische moslim gaat niet anders denken over vrouwen omdat hij hen een hand moet geven en het is die gedachte waar we het niet mee eens. De verlichtingsdenker Habermas wees daar ook op: verandering lukt niet via ge- en verboden, maar via dialoog en overtuiging. Daar moeten we stelling tegen nemen: zeggen en bewijzen dat vrouwen en mannen gelijk zijn, dat tolerantie ergens ophoudt. Maar dat doe je door woorden en het ondersteunen van tolerantie: niet door een keurslijf aan gedragsregels op te leggen, darmee verliezen we juist die fundamentele waarden uit het oog. Zijn er problemen: ja, moeten we die oplossen ja. Heeft het zin om te zeggen dat ‘Nederland geen Moslimland moet worden?’ Nee, maar wel om te zeggen dat homosexuelen en vrouwen door moslims gelijkwaardig dienen te worden behandeld. Dat is onze lijn. Die is niet hard of zacht, maar wel eerlijk, consistent en het belangrijkste: uitvoerbaar in tegenstelling tot de plannen van Kamp, Wilders en Verdonk.

Met vriendelijke groet,

Manon en Michiel

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Reactie op wat reacties

Zaterdag schreven Manon en ik een stuk in de Volkskrant over dat links de redelijkheid van de daken moet schreeuwen en dat de rechtse demagogie gestopt moet worden. Direct werden wij op de site van de PvdA-Amsterdam en op de site van de Volkskrant als probleemontkenners neergezet en ons stuk werd gezien als het neerleggen van een warme wolle deken, pappen en nathouden, pamperen, noem het maar op. Ja zelfs waren wij racisten en vrouwenhater. (volkskrantsite en pvda site)

Toch is dat niet het geval. Ik zal hier trachten dat nog te betogen aan de hand van punten die niet in de 600 woorden van de Volkskrant pasten. (Die hebben ook zo hun eisen).

Als nieuwe Nederlanders zich in dit land vestigen, krijgen ze een inburgeringscursus. Wij verwachten dat deze nieuwe burgers na zo’n cursus ingeburgerd zijn. Zij voldoen dan aan een setje geselecteerde normen en waarden. Voorbeelden van vragen die worden gesteld, zijn: wat te doen als je buurman een kindje heeft gekregen, wat zet je allemaal in je tuin en waar deponeer je je oude frituurvet. Ik was met de hakken over de sloot geslaagd. Betekent dat dan dat ik geen goede Nederlander ben of betekent het dat het inburgeringsexamen is geschreven vanuit een te nauwe opvatting van het Nederlanderschap. Ik denk het laatste.

Maxima stelde dit aan de kaak en kreeg heel Nederland over zich heen. Het meest interessant in haar speech was en citaat van wijlen prins Claus, destijds het populairste lid van het koninklijk huis: ‘Eén vraag die heel moeilijk te beantwoorden is en die mij herhaaldelijk gesteld werd, is hoe het voelt Nederlander te zijn. Mijn antwoord is: ik weet niet hoe het is Nederlander te zijn. Ik heb verschillende loyaliteiten en ik ben wereldburger en Europeaan en Nederlander.’

Uit de reacties op Maxima’s speech blijkt haarfijn dat veel Nederlanders onzeker zijn over hun identiteit. Premier Balkenende tracht dit gat al jarenlang op te vullen met een pleidooi voor wat ik zou willen noemen: de kleine normen en waarden. Voeten van de bank, elkaar een hand geven, de buurman vriendelijk gedag zeggen. Wilders met zijn Partij Voor de Vrijheid probeert de identiteitscrisis te bezweren door aan te geven wat vooral niet valt onder de Nederlandse identiteit, waarbij het er kort en goed op neerkomt dat dat alles is wat met Moslims te maken heeft. Verdonk heeft als minister een inburgeringscursus ingevoerd waarin krampachtig invulling wordt getracht te geven aan de Nederlandse identiteit, door middel van zaken op het domein van de kleine normen en waarden: de vragen op het examen die ik hierboven aanhaalde spreken boekdelen.

Met deze krampachtige drang de Nederlandse identiteit in te vullen en te omschrijven worden de grote normen en waarden evenwel met voeten getreden. Het gaat dan om de vrijheid en solidariteit, zoals onze maatschappij deze heeft ontwikkeld sinds de Renaissance en de verlichting. De idealen van de Franse revolutie, zoals die zijn opgeschreven in de Rechten van de mens. Deze Rechten van de mens en de vrijheid worden met voeten getreden door menig voorstel van de over elkaar heen buitelende propagandisten van de kleine normen en waarden en door de partij die deze term zo hoogmoedig in haar naamgeving heeft opgenomen.

Om deze notie in zijn volle omvang te bevatten moeten we terug naar de Gouden Eeuw. Grote verlichtingsdenkers als Baruch Spinoza, John Locke en Thomas Hobbes kwamen uit alle windstreken maar hebben één ding met elkaar gemeen. Zij brachten een deel van hun leven in Amsterdam door, omdat zij in hun thuisland vanwege hun geloof en hun denkbeelden niet veilig waren. Zij legden de basis voor het verlichtingsdenken. Vrijheid en tolerantie waren de sleutelwoorden die een nieuw tijdperk inluidden en de maatschappij los moesten  maken van de middeleeuwse dogmatiek van kerk en hellevuur. .

Er was geen inburgeringsexamen in die tijd, maar ook nog geen democratie. En ook toen werd al er gedebatteerd over de manier waarop de samenleving en de omgang met elkaar het beste kon worden ingericht. Thomas Hobbes stelt in zijn ‘Leviathan’ dat souvereine macht niet uitgevoerd kan worden door een grote groep mensen en gaf de voorkeur aan een absoluut vorst. Spinoza gaf aan dat democratie het beste bij de menselijke natuur paste, maar nam genoegen met een verbetering van het regentensysteem. John Locke was de enige die vond dat het volk in opstand moest komen, niet als recht maar zelfs als plicht, als de machthebbers hun belangen niet goed vertegenwoordigen.

Alledrie de concepties van staatsvorming hebben een grote invloed gehad op het denken over de juiste manier om een Europees land te leiden. Achteraf beschouwd is Locke’s idee van democratie het meest invloedrijk geweest in de Franse Revolutie. En het is die periode die we tegenwoordig bezien als de bakermat van onze hedendaagse Europese democratie.  En juist bij die Franse revolutie ging het om grote waarden, zoals vrijheid, gelijkheid en broederschap, niet om de specifieke omgangsvormen. En het was ook in Frankrijk waar de democratie ten onderging omdat men dacht dat een democratisch georganiseerde staat bescherming van de burgers tegen de staat niet meer nodig was. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld hun Amerikaanse revolutionaire wederhelften die een gedegen systeem van checks and balances opzette. De Franse revolutionairen hebben een hard gelag betaald voor het niet institutioneel beschermen van basiswaarden. Door discussies over procedures en de vraag wie zich wel en wie zich niet revolutionair genoeg gedroeg kwamen ze uiteindelijk één voor één onder de guillotine terecht. Hun experiment eindigde in de dictatuur van Napoleon. Dat is een waarschuwing voor elke democratie die zijn eigen idealen vergeet.

Het was de Engelse liberaal John Stuart Mill die de Franse revolutie als tijdgenoot beleefde en op basis daarvan de democratische theorie aanvulde. Mill stelde in tegenstelling tot de Franse vrijheidsdenkers dat de grootste bedreiging van de vrijheid wordt gevormd door ‘de druk van de gangbare meningen en opvattingen, tegen de neiging van de maatschappij om, met andere middelen dan het strafrecht, haar eigen ideeën en gewoontes op te leggen aan mensen die daarvan afwijken. Het vaststellen van die grens en het beschermen daarvan tegen inbreuk, is even onmisbaar voor een gezonde stand van zaken in het menselijk bestaan als bescherming tegen politieke despotie. Vandaar zijn positieve beoordeling van het Amerikaanse systeem waarin minderheden en afwijkende meningen een belangrijkere rol speelden dan bij de Fransen. Mensen moeten volgens Mill niet in een keurslijf worden gestopt. Democratie is ruimte bieden aan minderheden. Meer nog dan Locke, legt Mill hiermee de basis voor onze huidige conceptie van democratie. En het is precies deze conceptie waaraan de laatste jaren steeds meer voorbij wordt gegaan.

Mill legt met deze nadruk op de bescherming van minderheden ook de eerste basis voor het begrip solidariteit. Deze solidariteit bestaat eruit dat de meerderheid zich verbonden weet met de belangen van een minderheid en deze minderheid respecteert, serieus neemt en de voorwaarden schept waaronder de minderheid kan bestaan. Solidariteit heeft zowel een sociaal-economische component (armoede bestrijden, en emancipatie) als een culturele component (in staat zijn een geloof te kunnen belijden of zich cultureel te kunnen uiten). Solidariteit met minderheden is dus de vóórwaarde waaronder vrijheid in een samenleving kan bestaan, welke zonder dit begrip een holle leus wordt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Joop den Uyl in dit verband sprak over ‘de weg naar vrijheid’. Solidariteit maakt het mogelijk dat iederéén in staat wordt gesteld vrij te zijn. Mill leert ons dat het hiervoor belangrijk is om pragmatisch om te gaan met verschillen in levenswijze en zienswijze van de verschillende groepen in de samenleving. Zij zijn een aanwinst voor de samenleving en bieden een alternatief voor het overkoepelende kader van wat normaal wordt gevonden.

Een praktisch normen en waarden kader, zoals we dat op dit moment in Nederland proberen op te leggen is volgens Mill dan ook een bedreiging van de vrijheid. Een goede, houdbare democratie houdt twee belangrijke begrippen aan als basis. Dit zijn Vrijheid en Solidariteit.

Het geruststellende nu is dat wij dus reeds beschikken over een sluitend systeem van normen en waarden, en dus de krampachtige zoektocht naar dé Nederlandse identiteit kunnen staken, en elkaar niet langer hoeven te vermoeien met een examen over de kleine normen en waarden. De grote normen en waarden zijn verwoord in de Rechten van de mens, waarvan het eerste artikel luidt: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.’ U hoeft niet eens een zo heel oplettend lezer te zijn om te zien dat de drie centrale noties van de Franse revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap) hier zelfs met naam en toenaam in genoemd worden.

Als ik u goed meegevoerd heb in mijn betoog ziet met deze bagage op zak het huidige maatschappelijk discours er angstwekkend uit. De Christen-democraten blijven hangen in hun kneuterige beleving van normen en waarden en op rechts is een demagogisch gevecht gaande, dat enkel tot doel heeft de electorale erfenis van Fortuyn te verdelen, maar gepresenteerd wordt als een heldhaftige strijd om de vrijheid en democratie. Dat dat niet het geval is heb ik hier voldoende uiteen gezet. En stelt men dit aan de kaak, zoals Manon en ik in de Volkskrant, dan wordt men als oud-linkse probleemontkenner te kijk gezet. Terwijl de rechtse demagogie geen oplossing biedt en wij linksen in Amsterdam juist daadkrachtig de daadwerkelijke problemen aanpakken die er zijn. Zoals de actieplannen om radicalisering tegen te gaan, ons initiatief om eerwraak daadkrachtig te bestrijden, de vele initiatieven om emancipatie bij Moslima’s te ondersteunen, het aanbieden van taalcursussen, noem maar op. Die acties noemden wij ook in ons artikel, maar daar wordt grappig genoeg in het geheel niet op gereageerd.

Dit maatschappelijke discours moet radicaal omgekieperd worden. Het schreeuwen op rechts mag niet leiden tot een stilte op links. Schreeuwt de redelijkheid van de daken!

Dan ontstaat de ruimte om de grote normen en waarden zoals verwoord in de Rechten van de mens en die het sluitstuk vormen van de verlichting niet alleen opnieuw centraal te stellen in de discussie, maar ook in zijn volle omvang door te voeren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Vandaag in de Volkskrant

VAndaag in de Volkskrant een opiniestuk van mij en Manon:

Stop de rechtse demagogie

Geplaatst op 16-11-2007 14:53 door Forumredactie in categorie actualiteit
Linkse fracties moeten de redelijkheid van de daken schreeuwen, betogen Manon van der Garde en Michiel Mulder. 

De discussie over integratie is in de Tweede Kamer een wedstrijdje geworden wie het beste de onderbuikgevoelens van de bevolking stimuleert. De PvdA en SP moeten de Integratienota van minister Vogelaar aangrijpen om deze rechtse ratrace te stoppen.

De linkse partijen houden zich in het debat te stil. Na Fortuyn hebben de PvdA en de SP veel moeite gedaan harder over te komen op integratie. En niet zonder resultaat. In 2003 won de PvdA onder meer door deze lijn 19 zetels. Dat verklaart ten dele de huiverigheid om voor honderd procent achter de voorstellen van Vogelaar te gaan staan.

Rita Verdonk, Geert Wilders en Henk Kamp leiden het integratiedebat. Deze week was Kamp (VVD) aan de beurt. Nederland moet geen moslimland worden, waarschuwt hij (Voorpagina, 12 november).

Is er reden om dat te denken? Nee. Er zijn 800 duizend moslims in Nederland, 5 procent van onze bevolking. Zo’n kleine minderheid maakt van Nederland geen moslimland. Bovendien heeft het overgrote deel van de moslims een sterke binding met democratie.

Kamp bedrijft dus demagogie.

De demagogie van rechts heeft twee gevolgen.

Ten eerste veroorzaakt de rechtse demagogie wantrouwen en verminderde tolerantie jegens migranten. Dat is schadelijk, omdat de sociaal-economische positie van veel migranten (vaak moslims) kwetsbaarder is dan die van de gemiddelde Nederlander. Zij zijn armer, lager opgeleid en hebben meer opvoedingsproblemen. Dat moet worden aangepakt, niet verergerd. Maar wantrouwen en intolerantie verhinderen dit.

Ten tweede is de nadruk op aanpassing aan Nederlandse normen en waarden een gevaar voor onze democratie. Volgens de 19de-eeuwse filosoof John Stuart Mill vormt het opleggen van gedragspatronen door een meerderheid aan een minderheid de grootste bedreiging voor democratische systemen.

Toch wil rechts dat iedereen de ander een hand geeft, Nederlands spreekt en niet met hoofddoekjes op loopt. Het lijkt normaal, maar dat is het niet. Als er een goede reden is om een ander geen hand te geven, moet dat kunnen. Als een moslima een hoofddoekje wil dragen, is dat in eerste instantie haar persoonlijke keuze. Je moet op straat ook Arabisch of Engels mogen praten.

De linkse fracties zijn te stil over deze plannen.

Willen we segregatie stoppen, dan moet links de rechtse demagogie een halt toeroepen. Dat kán ook. Linkse bestuurders als Job Cohen en Ahmed Marcouch durven al te pleiten voor respect, begrip en tolerantie.

Ook in de succesvolle verkiezingscampagne van de Amsterdamse PvdA stonden sociale samenhang en solidariteit centraal. Een electorale afstraffing volgt pas als problemen niet worden aangepakt. In Amsterdam gebeurt dat wél: Problemen met Marokkaanse raddraaiers benoemen we en problemen met radicalisering onder een klein deel van de moslimbevolking worden met een actieplan tegengegaan. Maar we roepen niet dat Amsterdam islamiseert.

De Integratienota beoogt wat in Amsterdam al gebeurt. Zij benoemt problemen, biedt oplossingen, maar stigmatiseert niet. Maar Vogelaar kan niet alleen de redelijke toon terugbrengen. Daarvoor is de steun van alle linkse partijen nodig. Zij moeten de redelijkheid van de daken schreeuwen en de onderbuikgevoelens met praktische oplossingen te lijf gaan.

Manon van der Garde en Michiel Mulder zijn fractievoorzitter resp. raadslid voor de PvdA in Amsterdam.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zonder categorie

De discussie over gratis OV voor ouderen gaat nog wel even door…

VAndaag in Amsterdams Stadsblad:

Oudere wil wel gratis OV
AMSTERDAM – Ouderenbonden zijn boos op de PvdA. De partij heeft de drie miljoen euro die in 2008 is begroot voor een proef met gratis Openbaar Vervoer in haar algemene beschouwingen aan andere doelen besteed.
De ouderen deelden vorige week pamfletten uit aan gemeenteraadsleden. Woordvoerder Frank Mantje: ,,We voelen ons in de steek gelaten door alle politieke partijen die tijdens de verkiezingscampagnes in 2006 gratis OV voor ouderen beloofden. Dat waren bijna alle grote partijen, maar dat PvdA het geld nu zomaar aan wat anders wil uitgeven kan echt niet.” Amsterdam heeft altijd gezegd dat de proef met gratis Openbaar Vervoer voor 65plussers alleen wordt uitgevoerd als het Rijk garanties wil geven. Bij een positieve uitkomst van de proef moet het Rijk structureel geld beschikbaar maken voor gratis OV. Het Rijk heeft echter in een brief aangegeven dat het eerst proeven in andere steden wil afwachten. Pas dan bepaalt het of het geld beschikbaar stelt. Michiel Mulder van de PvdA vindt het jammer dat de ouderen zijn partij nu de schuld geven. ,,De PvdA diende voor de zomer een motie in om de proef sowieso door te laten gaan en dit los te koppelen van beloftes van het Rijk. Daarmee ging geen enkele andere partij akkoord.” PvdA gaat er nu vanuit dat niemand akkoord zal gaan met invoering van de OVproef en wil het geld daarom in andere nuttige zaken investeren. De fractie wil de OVproef verschuiven naar 2009 als de kans groot is dat het Rijk ook wil investeren. Wethouder Tjeerd Herrema heeft er blijkbaar vertrouwen in dat het Rijk nog over de brug komt met beloftes en de gemeenteraad van gedachte verandert. ,,Het ontwerp van de proef is af en wordt half november aangeboden aan college en raadscommissie. In december moet de raad dan beslissen of de pilot wel of niet doorgaat,” aldus woordvoerder Hugo Warning. ,,Als de proef doorgaat mogen ouderen tussen september 2008 en januari 2009 drie maanden gratis gebruik maken van het OV, 24 uur per dag, zeven dagen per week. De proef wordt gekoppeld aan de invoering van de OVchipcard.”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Rente

Vandaag een interessante discussie in de commissie financien over de rente.

Er wordt in de Amsterdamse begroting onderscheid gemaakt tussen het incidentele omslagpercentage (van 3,5%) en de structurele omslagrente (van 4,5%). Het incidentele omslagpercentage is het rentepercentage dat door wordt gerekend aan diensten en bedrijven. De structurele omslagrente wordt gebruikt om voor de structurele ruimte begrotingsrust te creëren. Dit gaat als volgt. Als de daadwerkelijk te betalen rente onder de structurele omslagrente ligt, valt er incidenteel geld vrij, indien er voldoende geld zit in het rente egalisatiefonds. Hiermee voorkom je dat je ineens moet gaan bezuinigen als toevallig de rente stijgt, zoals in de jaren tachtig het geval zat. Als de daadwerkelijke rente boven het structurele omslagpercentage komt, valt er geen geld vrij voor de begroting, maar wordt er ingeteerd op het rente egalisatiefonds. Als dit op is moet je bezuinigen.

In dit licht maak ik mij nogal zorgen om de volgende redenen. Ik denk dat op middellange termijn de rente weer gaat stijgen, aangezien vrijwel alle grondstofprijzen blijven stijgen, zelfs agrarische producten, de afgesloten CAO’s in Nederland ademen geen sfeer van matiging en de opkomende markten als China zijn nog nauwelijks echt aan het consumeren geslagen. De centrale banken houden de korte rente nu nog laag vanwege de hypotheekcrisis (om genoeg kredietruimte te houden) maar dat is eens voorbij en dan zullen de overige macro-economische indicatoren zorgen voor een inflatoire druk, die de Europese Centrale Bank zal willen bestrijden met een rentestijging.

Dit terwijl als de systematiek van financiën wordt voortgezet, waarbij de structurele omslagrente wordt bepaald nav het 10-jaars voortschrijdend gemiddelde, zal leiden tot een mogelijke daling van de structurele omslagrente in volgend jaar of het jaar daarna. Dit komt omdat een aantal jaren dat de rente in historisch perspectief uitzonderlijk laag was dan harder gaan meetellen in de bepaling van het 10-jaars voortschrijdend gemiddelde (eind jaren ’90, maar mn de afgelopen drie jaar).

Als je kijkt naar de ontwikkeling van de lange rente op de markt dan zie je dat de rente de afgelopen 10 jaar een stuk lager was dan daarvoor. De afgelopen twintig jaar lag de rente 1,3 procentpunt hoger dan de afgelopen 10 jaar en in de periode 1970-2007 zelfs 2,5 procentpunt. Volgend jaar zal het 10-jaars voortschrijdend gemiddelde lager liggen dan dit jaar.

 

Lange rente (markt)
1970-2007

7,0%

1987-2007

5,8%

1997-2007

4,5%

1998-2008

4,4%

Bron: CPB

 

Het is mi onverantwoord om volgend jaar de structurele omslag rente te laten dalen, omdat het min of meer toevallig en in historisch perspectief uiterst uitzonderlijk is dat de rente de afgelopen jaren zo laag lag. Zoals gezegd denk ik dus dat de rente op middellange termijn ook zal stijgen, maar belangrijker is misschien nog wel dat het überhaupt heel moeilijk is om de rente te voorspellen. Eind jaren zeventig stijgt de rente ineens bijna vier procent en eind jaren tachtig ineens 2,5 procent.

Daarom hebben wij als PvdA vandaag in de commissie financien een motie ingediend die beoogt dat we het structurele omslagpercentage niet verlagen als het 10-jaars voortschrijdende gemiddelde daar aanleiding toe geeft, indien het twintig jaar gemiddelde hoger ligt. Maw het structurele omslagpercentage zou alleen lager kunnen worden als het dan niet lager ligt dan het 20-jaars voortschrijdend gemiddelde.

Ik werd beticht van doemdenken, maar ik werp daartegenin dat economische ontwikkelen nogal eens voorzien zijn van een sausje massa psychose. Denk aan de tulpenbollen hype eind gouden eeuw: iedereen wilde tulpenbollen en er werden enorme bedragen geboden voor tulpenbollen die nog niet eens bestonden.

Of denk aan de hype rond de ‘NIeuwe economie’ eind jaren negentig: de economische groei zou maar door blijven gaan (omdat toevallig die jaren sprake was van hoge economische groei).

Maw mijn standpunt aangaande de rente is mijns inziens dus eerder die van een reaalpoliticus.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zonder categorie

Financiele beschouwingen (2)

Mijn inbreng in de financiele beschouwingen:

Financiële beschouwingen

 

Een bekend grapje in de vastgoedwereld luidt als volgt. Welke drie criteria moet men hanteren bij het beoordelen van een vastgoedinvestering?

Wie het weet mag interrumperen.

Welnu, het goede antwoord is: ten eerste de locatie, ten tweede: de locatie en het derde criterium is: de locatie.

Ditzelfde grapje zou ik kunnen hanteren voor de criteria om het college te beoordelen.

Het leidt tot als eerste criterium: de uitvoering, als tweede: de uitvoering en het derde criterium luidt dan: de uitvoering.

Maar dan niet als grapje, maar in alle ernst, maar dat geld voor de vastgoedjongens overigens ook.

De uitvoering is van groot belang, omdat het eenvoudiger is om mooie woorden te noteren in verkiezingsprogramma’s en programakkoord. Ingewikkelder is het om dit om te zetten in een daadwerkelijk verbeterde stad voor de Amsterdammers. En met deze begroting, de eerste van wethouder Asscher, weet ik zeker dat dat gaat lukken. Het college slaagt met deze begroting dan ook ruimschoots voor alle drie de criteria.

 

Deze aandacht voor de uitvoering zou eigenlijk ook zijn beslag moeten krijgen als je kijkt naar het ambtelijk apparaat. Nu is vaak de aandacht teveel gericht op het beleid en te weinig op de uitvoering, het gat in salaris is erg groot en het is niet ‘sexy’, terwijl de uitvoerende ambtenaren toch in eerste instantie het contact is met de Amsterdammer en het gezicht van de gemeente. Ik heb dat zelf mogen ondervinden toen ik een ochtend meeveegde in de Baarsjes: zij krijgen alleen iets te horen van de Amsterdammer als er iets níet goed is gegaan. De uitvoering moet meer positieve aandacht krijgen. Bijvoorbeeld door het beste loket in enig jaar te belonen. Loketten worden steeds belangrijker voor het afvangen van vragen van burgers en ondernemers en van deze frontoffice wordt steeds meer gevraagd op het gebied van integrale kennis en procedures. Tegelijkertijd komen beleidsambtenaren te weinig in contact met de uitvoering. Dat zouden we moeten stimuleren. In de commissie personeel en organisatie komen we op deze twee punten nog met voorstellen.


Met de aandacht voor de uitvoering in de begroting zijn wij in elk geval dus zeer tevreden. Wij hebben hier ook zelf om gevraagd. In de Voorjaarsnota hebben we een aantal voorstellen gedaan die raadsbreed aanvaard zijn voor een solidariteitsoffensief. We willen zo snel mogelijk er op af gaan. Het college heeft deze boodschap goed begrepen en een meevaller bij het afvalenergiebedrijf – als wethouder Gehrels een meevaller heeft is het ook meteen een goeie – en de inkomsten uit deelnemingen. Het siert de wethouder van financiën en het college dat zij het lef tonen deze meevaller in 2008 reeds uit te geven. Het getuigd van visie en durf. De begroting is mooi, energiek en liefdevol. Roodgroen op z’n best. Het is een buitengewoon linkse begroting. Ik durf de bewering te doen dat het de enige begroting is in Nederland van welke instantie dan ook die de term verheffen hanteert voor het verdelen van haar middelen.

Het armoedebeleid van het college is buitengewoon ambitieus. Het lukt ons om de bezuinigingen van de vorige kabinetten Balkenende structureel te compenseren. Daarbovenop stelden wij bij de Voorjaarsnota de woonkostenbijdrage te verhogen, waarschijnlijk de meest op het individu toegespitste manier van armoedebestrijding. Vervolgens doet het college nu het voorstel er nóg twee miljoen structureel bij te plussen. Respect.

Onze fractievoorzitter wees er tijdens de algemene beschouwingen op dat nog steeds een kwart van de kinderen opgroeit in armoede. 17% van de Amsterdamse kinderen vertrekt zonder ontbijt naar school. Dat is slecht voor hun groei en voor hun schoolprestaties. Wij willen geld uittrekken waarbij we het college vragen zorg te dragen voor een adequate uitvoering van een proef voor ofwel gratis ontbijt, ofwel een lunch, of wel voldoende groente en fruit, zoals de GGD onder de noemer ‘Gruit’ initieert.

Armoede hangt nog te vaak samen met schulden. Wij deden al eerder het voorstel voor preventie van schulden bij de jeugd, maar als het zover is dat mensen in de schulden zitten, moeten we voorkomen dat ze bij de crisis schuldhulpverlening terecht komen. Het rekenkamer rapport dat daarover onlangs verscheen spreekt boekdelen. Dit voorkomen we door een superteam schuldhulpverlening in het leven te roepen, zoals wij bij de algemene beschouwingen aankondigden, waarvoor de bijgaande motie financiering vrijmaakt, maar waar we ook het budget dat we bij voorjaarsnota uittrokken dat nog niet helemaal ingevuld is in deze begroting kunnen aanspreken.

 

Links, sociaal beleid is ook het kiezen voor kinderen eerst, hetgeen we volgens afspraak terugzien in deze begroting. Sociaal beleid is ook preventie. De eigen kracht conferenties waar we om vroegen komen er en we gaan eerder op signalen van de omgeving af en kiezen voor een van deur tot deur aanpak om alle arrangementen metterdaad bij de juiste persoon te krijgen.

 

Maar sociaal beleid is ook participatie, mensen perspectief bieden op vooruitgang, iederéén de mogelijkheid geven verder te komen in de maatschappij. Solidariteit mag nooit leiden tot stilstand. Daarom willen we het college vragen organisaties en het bedrijfsleven ertoe te bewegen plekken te creëren voor mensen met een uitkering die vrijwilligerswerk willen doen, en hiervoor een vergoeding van 100 tot 150 euro per maand ter beschikking te stellen. De gemeente doet uiteraard ook mee. Deze voorstellen die de participatie bevorderen en de armoede bestrijden staan in bijgaande motie.

 

Dekking voor deze voorstellen van totaal 1,7 miljoen euro vinden wij door ten behoeve van het museumplein niet de volledige 5 miljoen zoals opgenomen in de begroting te accorderen, maar vooralsnog 3,3 miljoen euro ter beschikking te stellen. Eerst moet gekeken worden of derden bij willen dragen en er is met de nieuwe grondexploitatie wet ook een publiekrechtelijke stok achter de deur om het kostenverhaal goed te regelen.

 

Ik zei het al eerder, de begroting is niet alleen links en sociaal, hij is ook mooi. Wat bedoel ik daarmee?

Het college zorgt voor een mooiere stad. Grote ‘hotspots’ worden aangepakt, zoals het Leidse plein en de Wibautstraat. Met name de Wibautstraat is mijn fractie erg blij mee. Het zijn grote projecten met grote bedragen. Wij bedanken de Amsterdammers die in de omgeving wonen voor hun aanhoudendheid om tot een beter plan te komen. Hieruit blijkt maar weer dat bestuurders goed moeten luisteren naar de bevolking en, meer nog, dat dit bestuur ook metterdaad luistert naar de bevolking. Dank daarvoor.

De inzet voor een mooiere stad spitst zich ook toe op het kleinschalig buurtniveau waarop de stad zo dikwijls beleefd wordt, hetgeen uiting komt in het bedrag voor postzegelparkjes, waar wij als fractie een raadsnotitie over hebben ingediend. Deze kleinschalige, openbare, aangeklede en multifunctionele groenvoorzieningen in de buurt bevorderen de leefbaarheid, saamhorigheid en uitstraling van een buurt. Ontmoetingsplekken zijn een essentiële voorwaarde om de sociale verbanden van de metropool die Amsterdam is tot haar recht te laten komen.

Verder investeren we met deze begroting maar liefst drie miljoen meer in monumenten. Het is heel belangrijk goed te zorgen voor ons erfgoed.

We zijn ook erg blij dat de sleutelgelden ISV overeind zijn gebleven. Erg belangrijk dat onze collega’s in de stadsdelen op deze wijze hun werk kunnen blijven doen ondanks de terugloop in de ISV-gelden

 

Dit linkse college krijgt complimenten over veiligheid en economie. Dat deze complimenten terecht zijn, blijkt ook uit deze begroting. De straatcoaches waarvan iedereen ervan overtuigd is dat ze goed werken tegen overlast rollen we uit over de hele stad in deze begroting. Het budget voor cameratoezicht wordt in deze begroting bijna verdubbeld. Het economisch beleid is waarschijnlijk het meest ambitieuze economische beleid sinds lange tijd. Investeringen in de top combineren met investeringen in de basis. De afspraken in het programakkoord komen we na, maar daar naast komen de ambities ook tot uiting in bijvoorbeeld 1 miljoen euro extra voor kleinschalige bedrijfshuisvesting, die wordt vrijgemaakt om de onrendabele top te dekken. Heel belangrijk voor kleine startende ondernemers.

Randvoorwaardelijk voor de economische ontwikkeling, maar eigenlijk voor alles wat zich binnen een metropool afspeelt, is de bereikbaarheid die mij ons al snel in één adem wordt genoemd met de luchtkwaliteit. Ook hier doet het college een aantal goede voorstellen, zoals de verruiming van tijden naar P+R locaties, het verstrekken van OV-abonnementen bij het inleveren van een parkeervergunning, het uitbreiden van P+R locaties en het stimuleren van het autodelen en het gebruik van de fiets.

 

Wij willen een aantal extra voorstellen doen als het gaat om de bereikbaarheid en luchtkwaliteit. Het gaat om de volgende voorstellen.

–          gratis OV vanaf P+R locaties aanbieden; De proef van drie maanden was buitengewoon succesvol. Zelfs het P+R-terrein in Zuidoost stond was op sommige dagen bijna vol, terwijl daar eerder nog een bezetting van zo’n 25% gemeten werd.

–          op maat gesneden vervoersarrangementen vanaf P+R locaties naar de oude stad en naar aansluitingsverbindingen te verzorgen;

–          te komen tot meer gemeentelijke coördinatie van het initiatief City Cargo voor zover dat niet uit de bestaande organisatie kan; De klanten melden zich aan, de stadsdelen werken hard mee, maar de grote bottle neck voor dit belangrijke project is dat de centrale stad onvoldoende service gericht meewerkt aan dit zeer belangrijke initiatief.

–          de business case waterstoftoepassingen voor onder andere GVB bussen en rondvaartboten vanaf 2008 uit te voeren; volgens de begroting is de business case halverwege 2008 klaar. Volgens de drie criteria van de uitvoering moeten we dus ook op dit punt meteen beginnen met de uitvoering.

–          Dit financieren wij voor 2,5 miljoen incidenteel vrij te maken uit de middelen voor de pilot gratis OV voor ouderen die vrijvallen wegens het ontbreken van cofinanciering door het rijk; Bij de voorjaarsnota kreeg onze motie om de pilot sowieso voort te zetten helaas geen meerderheid. Alle fractie stemden tegen en wij kunnen dus niet anders dan ons neerleggen bij deze raadsmeerderheid.

–          Voor 0,6 miljoen euro structureel door de tranche 2009 onderhoud stadhuis en ambtswoning niet naar voren te halen in 2008.

 

Een derde en laatste financiële voorstel dat wij hier doen is het vrijmaken van geld om illegale bordelen en escorts op te sporen. Prostitutie in Amsterdam houdt niet op bij de Wallen. Juist in het illegale circuit buiten de Wallen vinden de vreselijkste misstanden plaats. Hier kunnen we onze ogen niet voor sluiten, daar moeten we als gemeente bovenop zitten.  De PvdA vindt dat het college nog meer werk moet maken van het actief bestrijden van mensenhandel. Een sociale stad is ook een stad die schrijnende misstanden zo hard mogelijk moet aanpakken. Wij mogen niet accepteren dat er op deze manier misbruik wordt gemaakt van jonge kwetsbare vrouwen. Het is een plicht van de gemeente en politie om deze vrouwen uit hun benarde situatie te halen.  Opsporing en sluiting van illegale bordelen kan beter en moet een grotere prioriteit worden. Wij zijn blij dat er inmiddels ruimte is gevonden om juridische bijstand voor prostituées goed te regelen, voor het opsporen van illegale bordelen en escorts is dat ons inziens nog niet het geval.

Daarom deze motie.

 

Dan rest mij nog iets te zeggen over de financiële systematiek.

 

Wij zijn erg blij dat het het college lukt al deze prioriteiten, versnellingen en uitvoering te bereiken met behoud van lage lasten. Het is niet voor niets dat wij dat in het programakkoord hebben opgenomen.

Het is, zoals gezegd, goed dat we kunnen versnellen in de uitvoering, maar we moeten er geen gewoonte van maken zo’n groot verschil te laten ontstaan tussen voorjaarsnota behandeling en begrotingsbehandeling. Als we deze meevaller (afvalenergiecentrale, extra dividenden) bij de Voorjaarsnota hadden gehad hadden we toen een ander debat gehad. Het financiële beleid in brede zin moet wel prudent blijven. De renterisiconorm en de kasgeld limiet halen we ruimschoots. Daar is in onze optiek nog steeds sprake van, maar dat moeten we wel zo houden.

Daarnaast worden ook de eerder afgesproken bezuinigingen gehaald, ze zijn niet overal exact ingevuld maar blijven wel ingeboekt, waarbij zelfs de frictiekosten zijn gedaald ten opzichte van wat voorzien werd bij de Voorjaarsnota. Hier hebben wij dus vertrouwen in. Ook gezien de ervaringen met de eerdere bezuinigingsronde naar aanleiding van de Sinterklaasbrief (100 miljoen operatie) waarbij uiteindelijk meer bezuinigingen werden gehaald dan voorzien. Dit roept wel de vraag op waarom tegelijkertijd het aantal ambtenaren stijgt (met 150)? Graag reactie van het college.

 

Dat brengt mij op een volgende motie die het karakter heeft van een beleidsmotie. Het gaat om de inhuur van externen. De gemeente geeft hier al jarenlang ongeveer 100 miljoen per jaar aan uit. De inspanning zou erop gericht moeten zijn zoveel mogelijk door de eigen organisatie te laten doen. Kan het zijn dat ambtenaren te weinig vertrouwen in zichzelf hebben, doordat de samenleving en de politiek hen heel de tijd alleen beschouwen als een bezuinigingspost? In dat geval moeten we eens zeggen: lang leve de ambtenaar! Wij willen dat het college komt met een plan van aanpak om in drie jaar tijd de inhuur van externen met 10% te verminderen. Bovendien willen we voortaan meer inzicht vooraf (en niet alleen bij de rekening) over welke inhuur verwacht wordt en waarom. De bespaarde middelen kunnen weer – deels – gebruikt worden om de kwaliteit van onze eigen ambtenaren te verhogen. Ik zou dan ook nogmaals willen zeggen: uitvoering, uitvoering en uitvoering. Maar dan wel zelf uitvoeren.

 

Aangaande de financiële systematiek gaat mij nog aan het hart dat we moeten uitkijken dat we de verschillende financieringsstromen niet verkokert beschouwen. Dit vind ik wel een risico voor een gemeente met veel diensten en gemeentelijke onderdelen.

We missen nog steeds een resultaatsgebied ICT, er zijn geen duidelijke doelstellingen ICT en de post zit versnipperd. We hebben daar bij de Voorjaarsnota al op gewezen maar zullen daar nu in de commissie op terugkomen.

Deze versnippering zie je wel op meer punten. Het is belangrijk dat het gemeentelijk beleid op sommige punten meer samenhang vertoont.

Er zijn soms losse projecten in de verschillende resultaatsgebieden, waarbij de verbindingen niet altijd helder zijn.

Ik wees al even op het risico voor het project city cargo van teveel versnippering.

Dit is wat de wethouder van financiën graag wil bestrijden in het sociale domein, maar hij moet daar ook goed oog voor hebben als het de eigen gemeentelijke financieringsstromen betreft. In het verlengde hiervan: het miljoen voor hefboom sociaal domein die bedoeld is om ‘operatie Frankenstein’, daarvan is ons nog niet precies duidelijk ondanks de begrotingstekst wat nu precies het rendement is voor de Amsterdammer, wellicht kunt u daar in eerste termijn nog op ingaan.

Het tegengaan van verkokering speelt ook in de relatie tot ander overheden. We moeten de verschillende budgetten in samenhang met elkaar bekijken en daarom kom ik tot onze laatste motie, die beoogd de effecten van de bezuiniging van het rijk op eenvoudige hulp voor zorgbehoevenden te mitigeren, door een verschuiving in de bestaande arrangementen voor participatiebanen en reintegratietrajecten richting zorg.

 

 

Resumerend kom ik tot een conclusie. Het is een mooie begroting, waarin terecht de drie criteria van de uitvoering centraal staan. Maar ook met betrekking tot alle andere criteria die centraal staan in de roodgroene samenwerking, zoals de armoedebestrijding en de participatie van mensen die niet automatisch meekomen in de maatschappij, maar ook mbt de veiligheid en economie slaagt het college met vlag en wimpel. De roodgroene ambities komen maximaal tot hun recht en ik weet zeker dat we met deze begroting in de hand in 2008 een enorme investering doen om Amsterdam in zijn totale samenhang vooruit te helpen. Dat is progressieve politiek met lef en visie waar wij voor gaan. Wij hebben op drie punten het voorstel gedaan om nog een extra impuls te geven: participatie en armoede bestrijding, bereikbaarheid en luchtkwaliteit, en de bestrijding van mensenhandel. Aangaande de financiële systematiek en het ambtelijk apparaat zijn wij met twee beleidsmoties gekomen en wij hopen uiteraard dat de andere partijen sympathiek staan tegenover onze voorstellen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek