
Zondagavond naar een optreden van Bregje Lacourt geweest, in de Vagebonde in Rotterdam.
Zeer sterk, hou die dame in de gaten!
Om te beginnen op myspace.

Zondagavond naar een optreden van Bregje Lacourt geweest, in de Vagebonde in Rotterdam.
Zeer sterk, hou die dame in de gaten!
Om te beginnen op myspace.
Ik heb zo’n kramp in m’n bek
Omdat ik naar iedereen glimlach
Zelfs de dokter vindt het te gek
En die zegt dat ik het voorlopig niet meer doen mag
Nu ben ik zo bang
Dat ik vereenzaam
- Braak
Nimmermeer. Er is geen weerkomst van een eens gemist getij.
Iedre dag is als de vorige onherroepelijk voorbij.
Altijd zullen lenten keren, altijd zullen herfsten gaan.
Tussen ongeboorne´ en doden flitst het menselijk bestaan.
En wat blijft den machtelozen tussen straks en nu en toen?
´t Onaanvaardbare te aanvaarden en het zwijgen ertoe doen.
- J.C. Bloem
Vertrouwde dagen
Ze dienen zich aan
Van oor tot oor
Een lach resoneert
Het stof van een ster
Mijlenver sleept de cirkel zich voort
Want niemand heeft gezien
Wat zich verbergt
In de leegte van het hart
Het niets resteert
De dagen, ze blijven
Waar ze bleven
Vertrouwd
Alleen
Niet zo oud
De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant.
De jeugd keert weer voor de´ in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.
En tussen toen en nu: ´t verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van ´t wonde hart aan hangen bleef.
Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog ´t meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.
- J.C. Bloem
Ingesnoerd
Zware zuchten
De dagen dansen niet meer
Het verlangen naar de blauwe voorjaarslucht is weg
Laat het maar winter blijven
Want de zomer komt zo zinloos voor
Degene wiens hart
Is ingesnoerd
En zucht
De dagen dienen zich aan
Ronddobberend in morsig weiland
Waar de nevel neerhangt als een nietszeggend schilderspallet
Het linnen doek blijft leeg
Zag ik mij dansen in herinnering
Dan was ik het kwijt
Maar de jaren klimmen slechts
Ze komen niet terug
Dus leg ik het neer
Het hoofd in katzwijm
De armen langs het lijf
Dat leeg in het verleden hangt
Dan voel ik slechts
Mijn liefste herinnering
Het deel van mij
Dat nooit meer kloppen zal
De echo van de helle meteoor
Het regent en het is november
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.
En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.
De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is alengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan de tijd;
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.
- J.C. Bloem